| speciale drukken | ||
|
Chagall experimenteerde met vrijwel alle middelen om te onderzoeken of hij er iets van zijn scheppingsdrift in kwijt zou kunnen. Als hij na de tweede wereldoorlog uit Amerika terugkeert kiest hij weloverwogen niet voor Parijs, maar vestigt hij zich in St.Paul-de Vence in Zuid-Frankrijk, temidden van vele van zijn kunstbroeders.
Ook zijn werkwijze en denken ondergaat grote veranderingen.
Het is in deze tijd dat hij van tien van zijn gouaches een serie collotypes laat maken (de Phoebus-serie van 1954). Hoewel hij het resultaat niet als kunst-drukwerk wilde bestempelen was hij erg ingenomen met het resultaat. Hetzelfde geldt voor de pochoirs die hij een enkele maal liet vervaardigen. De serie COULEUR AMOUR (1958) springt er duidelijk uit en is verbluffend mooi. Jacomet (degene die deze schablone-techniek verfijnd had, eigenlijk ook de enige die de techniek goed beheerste) heeft er tijden aan gewerkt en gebruikte er speciaal geschept papier (met een eigen watermerk) voor.
Een afzonderlijke plaats nemen de boeken in waar Chagall uniek werk voor maakte: waterverf-tekeningen, potloodtekeningen, gouaches, houtskooltekeningen, gemengde technieken. Voor de boekuitgave werden dan kleurendrukken gebruikt, die heel wisselend van kwaliteit kunnen zijn. Op het eind van zijn leven heeft Charles Sorlier een boek samengesteld waarin de meeste van deze door Chagall geillustreerde boeken in chronologische volgorde staan opgetekend en beschreven: MARC CHAGALL: Le Livre des Livres (THE ILLUSTRATED BOOKS - 1990) De Kunstverzameling WUYT beschikt over vele van deze speciale kleurendrukken.
|
||
| pochoirs | ||
| 1958 | Couleur Amour | |
| collotypes | ||
| 1961 | Phoebus Collotypes | |
| speciale kleurendrukken | ||
|
1952 | Claire Goll |
| 1965 | Le cirque d'Izis | |
|
1973 | Senghor-gedichten |
| Copyright ©2009 Wuyt | ||