OFFER OF THE MONTH

Chagall M.131 from Bible verve 33/34 P.C.025 (1956)
M.131 from Bible verve 33/34 P.C.025 (1956)

This month we offer LITHO M.131 (Salomon) or M.134 (David and his harp) from Bible verve 33/34 P.C.025 (1956) for € 450.

 

After paying on IBAN:  NL30 INGB 0006 9176 17 of Research Centre WUYT you will receive the litho by post. Please contact us at info@chagall.nl for more details.

 

The Litho is in perfect condition. It is stoken in Museum-creme passe-partout 60x50cm and placed in a transparant plastic bag.  

 

 

Seperately you will receive a registered Certificates of Authenticity on your name.

 

 

 

 



PAPER OF THE MONTH

The heart of the Research Center lies in the study of Chagall's life and his graphic works. In thirty years this has led to nearly five hundred papers of lectures, introductions and workshops throughout the Netherlands and occasionally outside of these borders. Fifty times a publication appeared, which can be found here by year. For further information you can contact info@chagall.nl. We intend to regularly place (the framework of) such a publication on the website. Read the latest PAPER OF THE MONTH below



14 PAPER OF THE MONTH

HET BEELD DAT CHAGALL VAN ZICHZELF SCHETST (Deel 2)

W.064 -In my memory- from Poèmes PC.074 (1968)
W.064 -In my memory- from Poèmes PC.074 (1968)

Een serie avondstudies gegeven in het Maison Descartes

de Franse Culturele ambassade te Amsterdam in 2013.

 

tweede avond: 

Het belang van mythevorming

 

p a r a g r a a f     t w e e   

Het belang van legendevorming voor Chagall.
Bij mijn weten heeft nooit iemand rechtstreeks aan Chagall gevraagd waarom hij zo gesteld was op legendevorming en een rechtstreeks antwoord bestaat al evenmin. Het betrouwbaarheidsgehalte van zo'n antwoord zou overigens direct het volgende probleem zijn. Bedacht dient te worden dat hij niet de enige kunstenaar is die rond zijn oeuvre een mistbank van mythes schept. Chagall is er wel al op heel jonge leeftijd mee begonnen. Deze vraag heeft mij jaren bezig gehouden en het bevreemdt me dat niet elke Chagall-onderzoeker blijk geeft met deze vraag rond te lopen. Het blijft gissen en zoeken, maar enkele draden kunnen opgepakt worden:
1. Chagall koestert een voorkeur voor datgene wat het alledaagse overstijgt
De wereld in de synagoge die hij als kind met zijn vader elke ochtend opzoekt, de wereld van de rondtrekkende straatartiesten die opeens voor enkele dagen in de buurt neerstrijken,  de wereld van de Joodse feesten en de vrijdagavond-sfeer in huis, de aloude Joodse verhalen over Elia, Mozes, David, Abraham. De alledaagse werkelijkheid is hieraan ondergeschikt. 
2.  Met de taal zet je de werkelijkheid naar je hand
Zijn ouders spreken Jiddish met elkaar, met zijn zussen en broer spreekt hij Russisch, hij leert in de 'sjoel' van de rabbijnen het lezen in het Hebreeuws.   Al vroeg gaat hij gedichtjes maken in de beide omgangstalen, want elke taal kent zijn eigen werkelijkheid. Als zijn moeder hem 'inkoopt' op een middelbare 'staats'-school raakt hij helemaal van slag wanneer hij een anders soort Russisch moet spreken: hij verliest zijn spraak, gaat hevig stotteren en zal het stotteren zijn leven lang nooit helemaal verleren. Dit Russisch was een dorre schooltaal en miste voor Chagall de verbinding met die 'andere' werkelijkheid: de wereld van geborgenheid thuis en in de sjoel. Hij ervaart dat je middels de taal je eigen leven in de hand kunt hebben, al zal dat een ijzeren discipline vergen. 
3.  Chagall is van jongs af aan ijdel en zelfbewust 
Hij vond het leuk om voor de spiegel te staan en zijn gezicht wat op te tutten.  Bovendien was hij een belangrijk aanspreekpunt voor zijn moeder, de tweede 'man'-figuur in het gezin waar moeder op terugviel wanneer haar man 's avonds te moe was om tegen te praten. Zijn moeder merkte die speciale gevoeligheid voor die 'andere werkelijkheid' op in haar oudste zoon en liet hem daarin verder gaan. Het heeft er alle schijn van dat Mosje dit al op jonge leeftijd gaat uitbuiten door zijn moeder in dat opzicht te anexeren en er anderzijds voor te waken haar niet in verlegenheid te brengen. Zijn ijdelheid werd door zijn moeder niet tot normale proporties teruggebracht.
4. Chagall voelt intuïtief de intentie in kunst
Hij hoeft maar een keer een afbeelding van een schilderij gezien te hebben, een gedicht gelezen te hebben,  voor een bouwwerk te hebben gestaan, een klassiek verhaal te hebben gehoord.... of hij voelt de waarde ervan aan, dringt door tot de essentie en laat de werkelijk artistieke kant ervan niet meer los. Laten we maar zeggen: dat heeft hij met zijn geboorte meegekregen; een gave waarvan hij zich vrij vroeg bewust van was. Daarover verwonderde zijn moeder zich bij de kleine Chagall, en dat werd tijdens zijn verblijven in St.Petersburg versterkt. 
5. Chagall wil autodidact zijn
Als Chagall eenmaal bij Pen in de leer is draaien de rollen al snel om: zijn andere kleurgebruik en trefzekerheid in beeldgebruik zorgen dat hij 'voor niets' mag doorleren bij Pen; zelf ziet hij de school van Pen alleen maar als middel om te leren hoe je schilderslinnen moet prepareren, hoe kleurverf gemaakt wordt en dat soort technische zaken. En na enkele maanden houdt hij het daar wel voor gezien, want hij vindt zichzelf te goed om er langer te blijven en trekt naar Sint Petersburg.  En na enige tijd vindt hij zichzelf eigenlijk te goed voor St.Petersburg. Het is een klap voor hem als Leo Bakst hem - wegens gebrek aan talent voor het beschilderen van toneeldoeken - niet mee wil nemen naar Parijs. In Parijs zou hij zijn ontdekkingsreis door de kunst kunnen voortzetten, beter dan zijn vroegere klasgenoten Zadkine en Vincent Mendel, die immers vooral baat hebben bij goede leermeesters.
6. Chagall blijft onafhankelijk
Het meeste wat de schilderacademies hem in deze grootste cultuurstad van Rusland bij willen brengen is aan hem niet besteed: Hij weet te goed welke kleuren hij nodig heeft, hij weet te goed welke beelden zich aan hem opdringen. Hij zuigt de schilderijen, iconen, primitieve kunstuitingen op, gaat ermee aan de slag en laat het even makkelijk los. Hij meet zichzelf de idee aan dat anderen hem nauwelijks iets te bieden hebben, het enige houvast zit in hemzelf. Het zien van werken uit de nieuwe stromingen in Frankrijk is een openbaring voor hem: Van Gogh, Cezanne, Gauguin, Matisse.... In Parijs belandt hij dan ook in een kunstroes die enkele jaren aanhoudt: hier is meer te zien dan hij kon bevroeden, doch ook hier blijft hij onafhankelijk:  hij volgt zijn eigen weg.
In de loop der jaren heb ik steeds sterker de indruk gekregen dat het voor Chagall  een probleem was om de omstandigheden en simpele feiten der werkelijkheid uit zijn jeugdjaren te laten sporen met de werkelijkheid die aan bovengenoemde zes punten geschetst is. Vanaf het moment dat hij bewust koos om 'kunstenaar' te worden is hij gaan werken aan een beeldvorming die de beide werkelijkheden zou laten sporen. En daaruit groeit het beeld dat Chagall van zichzelf wil schetsen. 

  

 

Pieter Zuidema

Wordt vervolgd


Bekijk hier het overzicht met andere Papers of the Month

0 Berichten

13 PAPER OF THE MONTH

HET BEELD DAT CHAGALL VAN ZICHZELF SCHETST

M.195 from Lassaigne Chagall-70 (1957)
M.195 from Lassaigne Chagall-70 (1957)

Een serie avondstudies gegeven in het Maison Descartes

de Franse Culturele ambassade te Amsterdam in 2013.

 

 

eerste avond: 

Inleiding en drie voorbeelden van mythevorming

i n l e i d i n g 

 

De band tussen het leven van de kunstenaar en zijn werk 

Drie uitersten

Er zijn kunstenaars die alleen hun kunstuitingen willen doorgeven en zo min mogelijk achtergrondinformatie over zichzelf prijs geven: het kunstwerk moet voor zichzelf spreken. Er zijn kunstenaars die in het andere uiterste vervallen, omdat ze het gevoel hebben dat wat hen overkomt in hun kunstuitingen een grote rol speelt; sommigen houden zelfs complete dagboeken bij (zoals Vincent van Gogh). Er is een derde categorie kunstenaars die van zichzelf een wenselijk beeld proberen te creëren, door de feiten naar hun hand te zetten en daarmee een bijdrage leveren aan legende-vorming.  Een extreem voorbeeld hiervan is Marc Chagall.  Zo sterk zelfs, dat alles wat hij over zichzelf vertelt gewantrouwd moet worden.   

 

p a r a g r a a f    e e n

Chagall zoekt de legende-vorming

 

Drie voorbeelden

 

1. de achternaam Segal- Chagal- Chagall

Marc Chagall stamt uit een familie waarin geen enkele kunstenaar terug vinden is; trouwens het beroep 'kunstenaar' was in zijn milieu onbekend of werd gewantrouwd. Nu was er in de achttiende eeuw in Chagalls streek een beroemd Joodse schilder, Hayim Ben Isaac Segal die ondermeer de wandschilderingen in de houten Synagoge van Mogilew heeft aangebracht. Door diens achternaam te introduceren werd Chagall een nazaat van deze beroemde Segal. Uit de archieven is evenwel zonneklaar dat zelfs Marcs grootvader de achternaam Chagall droeg; iets wat niet zo verwonderlijk is, want diens woonplaats kende twee grote Joodse families, waarvan de ene familienaam 'Chagall'  luidt. Waarom schrijft Chagall zijn vader de naamsverandering van Segal in Chagal toe en waarom is nooit duidelijk geworden bij welke gelegenheid dat gebeurde? In elk geval gaat er de suggestie van uit dat het zijn vader is, die een scheiding aanbrengt tussen zijn religieus Joods-zijn (Segal is een Joodse naam) en zijn Russische burgerschap (Chagal is een Russische naam). En dat ontlast onze Marc van de verplichting verantwoording af te leggen van zijn eigen verdergaande secularisatie. En die dubbele 'll' waarmee de naam verfranst zou zijn? Sprookjes, het was altijd al Chagall..... maar wel een fabeltje waar Chagall zelf in ging geloven: door de dubbele 'll' verlengde hij zijn achternaam tot zeven letters, laat hij eens weten. En een andere keer meldt hij dat vanwege de dubbele 'll' zijn handtekening als een engeltje in de ruimte kan wegvliegen.

 

2. de geboortedatum 07-07-1887

Marc Chagall zegt van zichzelf dat hij geboren is op 7 juli 1887. Toen de twijfel bij anderen aan de juistheid van deze datum post vatte, is hij deze datum gaan rechtvaardigen door te stellen dat hij hechtte aan die drie zevens in zijn geboortedatum.  Boeiend, maar bovenal veelzeggend is de wijze waarop zijn eerste vrouw Bella ruim dertig jaren later verslag doet van haar gesprek als verloofde met Chagall over diens leeftijd.  De manier waarop Chagall in zijn roman "Mijn leven" met de data rond zijn eerste twintig jaren omgaat is al even curieus. Over de eerste dertien levensjaren schrijft hij zonder ooit een jaartal te noemen; dan draait het om en zal hij alleen nog maar in jaartallen spreken en niet meer over zijn leeftijd reppen.  Er gaapt een kloof tussen zijn dertiende en achttiende/ negentiende levensjaar van ruim twintig maanden. Zo mogen we rustig aannemen dat de ouders van Chagall hun zoon niet tot zijn negentiende jaar op school hebben laten rondklungelen om eerst dan om te zien naar een beroepsopleiding als 'kunstenaar' op de schildersschool van Pen.  Het toelatingsbezoek dat Mosje aan het handje van zijn moeder bij Pen aflegt, omdat zij zich wil overtuigen dat haar negentienjarige zoon over voldoende schilderstalent beschikt,  doet - gezien deze vergevorderde leeftijd - niet erg geloofwaardig aan. 

Uit Chagalls (tegenstrijdige) verhalen over het ontlopen van de militaire dienstplicht - reden waarom zijn geboortedatum naar 1887 vervroegd zou zijn  - wordt alleen duidelijk dat met zijn geboortedatum gerommeld is en dat Chagall het prima vindt dat zijn geboortedatum vervroegd is: hij wil maar al te graag voor ouder versleten worden. Hij was geen jong broekje meer, nee, die hogere leeftijd gaf hem meer aanzien,  zoals foto's van hem uit die tijd onderstrepen.   

 

3. de tweeling Anjuta en Mosje Chagall

Als er ergens sprake is van legende-vorming bij Chagall, dan betreft het wel zijn verhalen rond zijn geboorte. Uit niets zou je op kunnen maken dat hij de laatstgeborene is van een tweeling.  Iets wat trouwens niet zo makkelijk te bewijzen is, want geboortes werden in het trouwboekje op twee pagina's ingeschreven: de linker-pagina voor de jongens en de rechter-pagina voor de meisjes.  Chagall staat - na zijn vader - bovenaan de linker pagina, gevolgd door zijn (enige) broer David (gest.192..).   Zijn oudste zus Anjuta (in het Jiddish Hanka) staat - na haar moeder -  bovenaan de rechter pagina, gevolgd door Zina, de tweeling Lisa en Mania, Rosa, Marussia en Rachel.  In het trouwboekje staan geen geboorte-uren vermeld.   Dat Lisa ouder is dan haar tweelingzusje Mania blijkt uit de volgorde van inschrijving.   In het geval van een broer/zus-tweeling  is dat uit de inschrijving in het geboorteregister niet op te maken.   Bovendien blijkt er in de cijfers van Marc geboortedatum geknoeid te zijn, en Chagall haast zich te zeggen dat God dat niet erg zal vinden, want het was om de militaire dienstplicht te ontlopen.  Want leugens vetellen mag niet. Op de waarheid mag je je fantasie loslaten, zolang het maar net geen leugens zijn.    

(voorbeeldje:)

Als Zadkine wil voordoen dat hij de zoon van een professor is, kan Chagall het niet nalaten dit te corrigeren, niet in het minst omdat Zadkine die vader niet als romanfiguur opvoert, maar als opschepperij: dat kan dus niet. Alles wat Chagall zegt over zijn plaats in de kinderrij van zijn ouders, balanceert op het randje van waar/niet waar.  Zo spreekt hij niet over Anjuta als zijn oudere zus maar als zijn oudste zus; als hij over zichzelf schrijft als de oudste, dan blijkt uit de contekst dat het gaat om Mosje als oudste zóón, doch hij voedt steeds de suggestie van 'eerstgeborene'.  Dat later Bella deel uitmaakt van het 'complot' rond zijn gefingeerde leeftijd geeft aan hoe sterk Chagall deze legendevorming koesterde.  

 

Pieter Zuidema

Wordt vervolgd


Bekijk hier het overzicht met andere Papers of the Month

0 Berichten

12 PAPER OF THE MONTH

CHAGALLS  LIEFDESBRIEVEN  AAN  JWH

W.174 PSALM 39 Psaumes de David (1979)
W.174 PSALM 39 Psaumes de David (1979)

Openingstoespraak op zondagmiddag 2 MEI 1993

bij de eerste expositie in Nederland van  CHAGALLS PSALM-ETSEN

Plaats:    DE RODE HOED,  KEIZERSGRACHT 102 te AMSTERDAM 

 

informatie vooraf:

over het ontstaan van de Psalmen-etsen:

Vanaf zijn negentigste verjaardag heeft Marc Chagall (1887 Vitebsk/ Belarus -1985 St. Paul-de-Vence/Zuid-Frankrijk)  drie jaren lang gewerkt aan dertig etsen die gedeeltes uit het BijbelBoek der Psalmen tot uitgangspunt hebben.  

De etsen worden voor het eerst tentoongesteld in 1979  in de galerie van Patrick Cramer (zoon van de uitgever Gérald Cramer) in Genève en het wordt Chagalls laatste expositie van nieuw werk.

 

over het ontwerp en de druk van de etsen:

Het formaat van de etsen is 205mm x 145 mm, soms iets afwijkend.  Het zijn zwarte etstekeningen op een okere ondergrond.  Zowel tekening als ondergrond zijn ingebeten op koperplaat.  De platen zijn afgedrukt op Vélin d’Arche-papier van 290mm x 220mm in het atelier van Lacourière en Frélaut in Parijs.

 

over de uitgave van de etsenserie:

De etsen zijn gevat in een wit-leren boekband door  Duval te Paris.

Deze boeken zijn uitgegeven door Cramer in Geneve in een alsvolgt genummerde en gesigneerde oplage van 175 exemplaren:  15 exemplarenHC (I/XV - XV/XV) en  160 overige boeken  (1/160 - 160/160).

Chagall ontving daarnaast zelf van elke ets enkele losse, ongenummerde afdrukken. 

 

Hierna zijn de etsplaten nog eenmaal gebruikt voor het afdrukken van een Luxe Editie in een oplage van veertig stuks op Japans papier.  In deze luxe editie zijn twee nieuwe etsen opgenomen, beide in het liggende formaat van 135mm x 180mm.  

Deze 32 etsbladen zijn elk afzonderlijk gesigneerd en genummerd.  Per serie bijeen gehouden in een card-board porte-folio.

 

over DE RODE HOED-expositie:

Hoewel Chagall gebruik gemaakt heeft van de Franse psalmvertaling van de Benedictijner Monniken uit 1973, is voor de expositie in de Rode Hoed naast elke ets het betreffende tekstgedeelte uit de Psalmvertaling van Gerhardt en van der Zeyde (1972) geplaatst,  stuk voor stuk gekalligrafeerd door mevr. drs. L. Schaap.

W.170 PSALM 23 Psaumes de David (1979)
W.170 PSALM 23 Psaumes de David (1979)

OPENINGSTOESPRAAK:

‘Brieven aan God’ schoot door mij heen, toen mijn vrouw en ik deze etsen tien jaar geleden in Parijs voor het eerst in handen kregen.  Lezend in het Boek der Psalmen  zoekt Marc Chagall naar brokstukken die zijn gehechtheid aan God verwoorden om ze vervolgens als een ‘brief aan God’ op de etsplaat te graveren. Het zijn stuk voor stuk liefdesbrieven geworden, waarin de Ich-Du-relatie uit Martin Bubers “Buch der Preisungen”  tot basis van elke etsplaat dient. Het zijn  brieven vol verlangen waarin Chagalls onrust niet langer woelt maar plaats heeft gemaakt voor een diepe vrede.

In kleine, gebogen krasjes tekent Chagall door de waslaag heen op de koperen etsplaat.  Het worden geen abstracte voorstellingen:  direct herkenbaar en toch niet realistisch.  Alsof hij door de verschijningsvorm heen de betekenislaag naar de oppervlakte trekt. Diep in ons westerse mensen verankerde beelden van DE KONING, HET VOLK, DE MENS beheersen  het beeld van de etsplaten. Ze vormen het handvat tot al die begrippen als ‘vergeving’, ‘hoop’, ‘vertrouwen’, ‘liefde’, ‘verzoening’, ‘bevrijding’  zonder iets van de bekende clichés als ‘vredesduif’, ‘hartje’ of ‘anker’.   Wel tref je zijn geliefde (eerste) vrouw Bella in engelengedaante, waarbij Chagall (in de ets bij psalm 23) vanachter zijn etstafeltje vol verlangen het weerzien tegemoet ziet.  Het zijn stuk voor stuk liefdesbrieven die Chagall bij de afronding van zijn leven schrijft en daartoe is de etsplaat voor Chagall het intiemste en meest tastbare medium.  

 

Er wordt nogal eens beweerd dat Chagalls latere werk een stuk minder is. Voor zijn schilderijen en veel ander uniek werk kan ik dat  beamen, vooral wanneer de techniek hem onvoldoende uitdaagt tot artistiek grootse prestaties. Zo komt het rood en het blauw op die enorme beschilderde doeken met Bijbeltaferelen in zijn Musée Biblique in Nice intreurig op mij over.  Wat een oeverloos gekwast. Maar kijken naar het technisch raffinement van deze psalmetsen, dan voel je de uitdaging die daarvan op Chagall tijdens het werken uitging.  Ik beperk me tot één voorbeeldje, dat zich makkelijk laat terugvinden bij het bekijken in deze expositie-ruimte: 

Wanneer Chagall de tekening door de was heen op de etsplaat heeft aangebracht en de plaat in het zuurblad ligt, bijt het zuur zich in het koper op al die plaatsen waar de was is weggetekend.  Halverwege dit inbijtproces haalt Chagall de plaat uit het zuurbad en spoelt hem onder de kraan af. Door daarna bepaalde getekende lijnen met was af te dichten of nieuwe lijntjes aan te brengen ontstaan er sterkere of dunnere groeven in de etsplaat. Want nadat de plaat opnieuw in het zuurbad wordt ondergedompeld verhinderen de afgedichte lijntjes dat het zuur hier verder in het koper dringt.  Terwijl de nieuw aangebrachte lijntjes het zuur de gelegenheid biedt om alsnog in de koperen plaat te bijten.  Zo kan Chagall met het zwart op de ets gaan spelen.  (Voor een leek is heel makkelijk om dit procedé te volgen bij de stoelzitting op planche 15 (volgnummer 6, de ets die boven het trapportaaltje helemaal alleen hangt,) waar de lijntjes van de biezen in het midden grijs zijn en naar de randen toe zwart).   Dit soort technische middelen gebruikt Chagall om te voorkomen dat de ets ’te zwaar wordt’ en om te bereiken dat over de etsafdruk een lichte waas hangt die het kunstwerk boven de realiteit uittilt naar de wereld van de verbeelding.  De enorme concentratie die deze technische uitdaging van Chagall vergt, ligt ten grondslag aan het hoge artistieke gehalte van het eindresultaat. Op afbeeldingen tijdens dit werken zien we Chagalls puntje van zijn tong in uiterste concentratie naar buiten steken.   

 

Waarom had Chagall drie jaren nodig om dertig ogenschijnlijk zo op elkaar lijkende etsen te maken? Bij een eerste rondgang kan ieder vaststellen dat al die etsen veel gemeen hebben: op een okeren ondergrond in veranderende tinten is een voorstelling in zwarte streepjes aangebracht. Pas bij nader bestudering ervaar je hoe nauw de veranderingen in okeren achtergronden samenhangen met de in zwart aangebrachte etsstrepen.  De okeren ondergrond zorgt voor diepte en voor lichtschakeringen. Maar bovenal zorgt die okeren kleur voor een emotionele waarde die moeilijk te vatten is.  Wat doet Chagall met die oker-kleurschakeringen?  Jaap van Heerden van de UvA  heeft onlangs geschreven het niet ondenkbaar te achten dat mensen op hoge leeftijd toegroeien naar een complex van emoties die zestigplussers nog niet kennen, waar ze nog geen deelgenoot van zijn. Achtte Chagall eerst nu de tijd gekomen om aan zijn Psalmetsen te beginnen? En heeft hij er daarom alle tijd voor genomen”?  Het is Chagalls laatste expositie van nieuw werk geworden: volgt hij daarin niet een eeuwenoude Joodse traditie om in het leven uiteindelijk tot het Boek der de Psalmen terug te keren?   De stapel  koperen platen voor deze Psalmen-serie had Chagall tien jaar eerder van Cramer ontvangen, doch bleven onaangeroerd op een  plank in zijn atelier liggen.   Als Cramer er naar vroeg verzekerde Chagall dat hij ermee bezig was, maar dat hij nog tijd nodig had.  Die veronderstelling van Jaap van Heerden geef ik u graag mee. 

Het is voor het eerst dat men in Nederland kan kennismaken met deze Psalmenserie van Chagall.  En ik open de tentoonstelling hier in DE RODE HOED in de overtuiging dat er in Amsterdam geen betere plek voor deze etsenserie denkbaar is.

   

Nagesprek met Huub Oosterhuis  

In zijn dankwoord memoreert Huub Oosterhuis de enorme betrokkenheid bij al het oorlogsgeweld dat Chagall en de westerse wereld heeft overspoeld en vraagt of dit niet terug te vinden is in deze psalmenserie.  Hij mist in mijn openingsverhaal dit element en hoopte dat de Chagall-tentoonstelling hiertoe ook een bijdrage zou leveren.   

Pieter Zuidema:   U hebt gelijk, dat maar weinigen zo onder het oorlogsgeweld geleden hebben als Marc Chagall. Het heeft er zelfs toe geleid dat hij bij zijn terugkeer na WO II naar Europa zijn kunstenaarschap heeft ten dienste is gaan stellen van  het dichterbij brengen van de wereldvrede.  Veel van zijn kunstbroeders hebben dat als verraad opgevat.  En Enkele jaren voordat Chagall aan de Psalmenetsen begon heeft hij een lang toegezegde belofte aan André Malraux gestand gedaan: in antwoord op de ‘oorlogsmachine’ die Europa eeuwenlang heeft geteisterd, verscheen hij met een etsenserie gebaseerd op de novelle “Et sur la terre….” van Malraux.  Chagall geeft daarin  een verrassend nieuwe, trefzekere en sublieme kijk op dat hele oorlogsgebeuren….. door in de huid van al die mensjes zelf te kruipen.   In de “Psalmen-etsenserie “ kan ik hier niets meer van aantreffen.  Zowel de knauw van het oorlogsgeweld als zijn inzet voor de wereldvrede lijken achter hem te liggen.  De enige verklaring zie ik in de hypothese van Jaap van Heerden, zoals ik die momenteel in vrijwel identieke vorm bij mijn eigen hoogbejaarde moeder aantref. 

 

Pieter Zuidema

Amsterdam, 2 mei 1993 

 

Bekijk hier het overzicht met andere Papers of the Month

0 Berichten

11 PAPER OF THE MONTH

CHAGALL  EN  DE  PSALMEN  (DEEL  TWEE)

M.192b uit Lassaigne Chagall-70 (1957)
M.192b uit Lassaigne Chagall-70 (1957)

4.    DE  PSALMEN  BIJ  CHAGALL

 

4.1  CHAGALLS ROEPING

In de eerste twee levensfasen van Chagall, zeg tot 1946, 1947 moeten de Psalmen bij hem gefunctioneerd hebben zoals bij de meeste Europeanen: als een diepe, vaak onbewuste onderstroom. Zijn derde levensfase luidt het begin in van een bewuster zoeken naar die religieuze onderstroom.

Chagall noemt als zijn eerste leermeester is MOZES, die de 'naastenliefde' in de harten van het volk der Hebreeen heeft geplant, evenals het beginsel van de vrede, en van Gods wet die 'in ons is'. Chagalls noemt als zijn tweede leermeester is JEZUS, die het begrip 'naastenliefde' heeft verruimd, Gods liefde in ons predikte en ons voorleefde wat werkelijke vrede is. Chagalls derde leermeester (onze REMBRANDT) komt straks ten tonele. Chagalls laatste (vierde) leermeester is LENIN, die het begrip 'naastenliefde' tot 'sociaal' omsmeedt op weg naar een nieuwe wereldorde, waarin de vrede voor ieder zou gelden. Dat laatste is niet gelukt, en vanaf zijn zestigste zal Chagall zich inzetten voor die wereldvrede, door in de Europese cultuur dat appel te laten klinken, vanuit DE BIJBELSE  BOODSCHAP. Heel vaak grijpt hij dan terug op het gedachtegoed en de emoties die in de Psalmen verankerd zijn.

 

4.2.  DE LASSAIGNE-REEKS  van 1957

Een curieus en prachtig voorbeeld leveren zijn zestien litho's in het boekje dat ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag verscheen. De serie die in de onderkapel van het Museum van Elburg tentoongesteld hangt. Het boekje gaat over Chagalls leven en Chagall laat op de vooromslag al zien dat 'zijn leven' pas iets is, pas bestaat in samenhang met de ander. Heel het denken dat dr. Martin Buber filosofisch zo sterk onderbouwd heeft (hij was een leeftijdgenoot van Chagall en kwam uit hetzelfde Chassidische milieu en uit dezelfde landstreek), wordt hier uitgebeeld. En net zoals bij Buber het hoogtepunt ligt in het boek der Psalmen (door hem in prachtig Duits hertaald), zo blijken Chagalls beelden vaak te rusten op brokstukken van die Psalmen.

In mijn voordracht in het Museum alhier over de litho "Het beest en de vis" heb ik getracht aan te tonen dat het bijna regel voor regel een verbeelding is van Psalm 130:  De Profundis.

Bij die gelegenheid heb ik me afgevraagd of Chagall zich bewust was van de Psalmteksten als bron voor deze litho's. Zelf heb ik sterk het gevoel dat dit niet zo is. Misschien soms een beetje. En wellicht dat hij daarom ook altijd zweeg als hem om de betekenis van een van zijn werken gevraagd werd. Hij voorvoelde wat, hij wist wat hij maakte, maar was zich niet bewust van de bron waaruit het werk opborrelde.  De Lassaigne-reeks vloeit over van de banden met de Psalmteksten, tot aan de achterkant van de buitenkaft: De mens als pelgrim: altijd onderweg, op aarde nooit thuis. 

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x

p a u z e ,  gevolgd door  muziek. 

                  Maarten Boasson speelt de prelude uit de derde cellosuite van J.S.Bach

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x

W.189 PSALM 150 Psaumes de David (1979)
W.189 PSALM 150 Psaumes de David (1979)

5. CHAGALLS DERTIG PSALMETSEN

 

5.1. OVER HET ONTSTAAN

Bij zijn terugkeer uit Jeruzalem in 1962, na de installatie van de 12 Hadassah-ramen, bespreekt hij met zijn uitgever de mogelijkheid om een etsenserie te maken bij de Psalmen. Gerald Cramer stemt hier direct mee in en zorgt voor dertig koperen etsplaten. De jaren verstrijken en de etsplaten blijven onaangeroerd op de plank liggen. Elke keer houdt hij Cramer voor ermee bezig te zijn, maar het heeft tijd nodig. Eerst zestien jaren later -hij is dan de negentig gepasseerd- gaat Chagall ermee aan de slag .

Hij heeft het plan om in alle rust de 150 psalmen een voor een op de etsplaat te brengen.  Gezien zijn leeftijd moet hij dit plan laten varen, en ik denk ook dat de omvang van dit werk niet in verhouding stond met zijn uiteindelijke bedoeling.

 

5.2. EEN EERSTE BLIK OP DEZE GEBEDEN

Kijkend naar de kleuren en beelden vallen allereerst op:

(improviserend een voor een toelichten):

1. de etsen LIJKEN ogenschijnlijk veel OP ELKAAR, zowel in kleurgebruik als in de beelden

2. de etsen hebben iets KINDERLIJK-NAIEFS, maar alles behalve oppervlakkig

3. heel vaak is er één HOOFDFIGUUR:  God, de bidder of de koning in de mens

4. behalve het VOGELTJE (verwijzing naar de wereld 'surnaturel')  komen er sporadisch dieren in voor

5. ENGELEN bevolken vrijwel alle etsplaten, en vormen de verbinding tussen mens en God

6. God zelf is steeds als LICHTBRON aanwezig, sterker nog danRembrandt dat kon doen

7. Vaak is plaats voor GODS VOLK in de vorm van een menigte mensen

8. KANDELAAR en WETSTAFELS vormen de belangrijkste attributen

9. Het is alsof de beelden LOSSTAAND in plukjes over de etsplaat zijn uitgesmeerd

 

5.3. ENKELE OPMERKELIJKE ZAKEN

1.  d e   b r o n   o p g e z o c h t

Nog nooit heeft Chagall werk gemaakt dat rechtstreeks gebaseerd is op Psalmteksten. Het heeft iets van  'die Kunst der Fuge' van Bach: hij is aan het worstelen met de diepste basis van zijn werk, met zijn eigen bronnen.  Zelden geeft Chagall titels of verwijzingen bij zijn kunstwerken, doch hier noemt hij nauwgezet psalmvers en laat de tekst uitschrijven.

2.  w o r s t e l i n g   m e t   G o d

De keuze van psalmteksten en de uitwerking laten zien hoe Chagall worstelt met God:

De mens die dankbaar kan zijn naast de mens die God toeschreeuwt dat het geen manier is.

Al die onbegrepen ellende in de wereld....... De 'waarom'-vragen waarin de mens -evenals Job- God ter verantwoording roept.

3.  e t s p l a a t   a l s   i c o o n

Elke ets leeft als een zelfstandig icoon: er voor gaan zitten, in gebed verzinken, met nieuwe kracht en hoop verder leven.

Eigenlijk heb je aan één enkele psalmets genoeg: het brengt je in de wereld van God en mens, en bezorgt je die ontroering waar Chagall steeds naar op zoek is geweest.

4.   z e l d z a m e   o k e r k l e u r e n

De okerkleuren die  in deze etsen zachtjes schijnen, heeft Chagall nog nooit eerder gebruikt.  Alsof hij op hoge leeftijd aan emoties is toegekomen die een nieuwe beleving in hem wakker roept.

--- voorbeeld moeder Zuidema

--- Eenmaal zijn de etsen op waar formaat  afgedrukt; als u dat boek opslaat treft u een grote mislukking. Alle leven en diepte en kleurnuance heeft wreed plaats gemaakt voor platte kleuren en zwarte strepen.

Met de modernste technieken heb ik de etsen bij Psalm 1 en 100 laten scannen en afdrukken:

het lijkt zo ondoenlijk te zijn dat een zwart/wit afdruk op dit gekleurde papier nog het beste resultaat geeft.

Het is echt een wonderbaarlijk samenspel van okerkleuren.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

Ik wil u voor de laatste keer uitnodigen om -terwijl u beide afbeeldingen nader op u laat inwerken- en voorafgaand aan de korte afronding van deze avond te luisteren naar de prelude uit de 4e cellosuite van Bach, gespeeld door Maarten Boasson.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

 

6.  TOT  DE  KERN  VAN  CHAGALL

Chagall beleefde de wereld als een groot toneelstuk, zijn bestaan als een nooit eindigend circus. Chagall behield altijd een masker, ook in zijn meest intieme relaties.  Niemand kwam Chagall zelf ooit tegen, niemand had toegang tot zijn ziel. Alleen in zijn gedichten liet hij zichzelf gaan. Dagelijks schreef hij nieuwe gedichten, herschreef hij eerdere gedichten.En zijn etsen liggen het dichtste tegen zijn gedichten aan: het is zijn persoonlijk handschrift.

In al zijn creatieve uitingen zit een vast patroon: in het begin daagt het medium hem uit en komt hij tot de grootste artistieke prestaties. Dan begint hij het medium te kennen en wordt zijn werk steeds makkelijker, tot het verwordt tot een maniertje.  Dat geldt voor zijn schilderijen, zijn tekeningen, zijn litho's, zijn gebrandschilderde ramen:  uiteindelijk is het soms treurig om te zien.  Dit gaat alleen niet op voor zijn etsen:  een persoonlijk handschrift dat met het klimmen der jaren met hem meegroeit en naar mijn gevoel zeggingskracht behoudt.  Zijn etsen liggen het dichtste tegen zijn zieleroerselen aan.

De expositie van deze dertig etsen -voor het eerst in 1979 bij Cramer in Geneve- zal Chagalls laatste expositie zijn waarin hij nieuw werk laat zien.  Het is een goed invoelbare stap:  Met je laatste vragen uiteindelijk terecht willen komen bij God.

En daarom meer dan alleen 'echt Joods’  is dit  ‘puur Bijbels'.

 

Pieter Zuidema

tweede deel van de voordracht gehouden in 

de Grote kerk van Elburg op 25 oktober 2009

Bekijk hier het overzicht met andere Papers of the Month

0 Berichten

10 PAPER OF THE MONTH

CHAGALL  EN  DE  PSALMEN  (DEEL  EEN)

M.192a uit Lassaigne Chagall-70 (1957)
M.192a uit Lassaigne Chagall-70 (1957)

1.     INLEIDING

1.1.  MARC CHAGALL

Geboren in 1887 in een van de grootste Joodse enclaves van het tsarenregime in Rusland en diens vazalstaten. In de stad Vitebsk met ruim 60.000 inwoners, waaronder 40.000 Joden, vrijwel uitsluitend van de Chassidische stroming.  Een vrome, orthodoxe en blije geloofsgemeenschap, waar veel gebeden en veel gefeest wordt. Waar vader Chagall iedere ochtend naar een van de honderd synagoo-getjes gaat voor het ochtendgebed; waar elke vrijdagavond de Sabbath feestelijk wordt ingeluid.

Het isolement waarin het tsarenregime de Joden gevangen houdt, versterkt de onderlinge band en de band met vorige geslachten. Bijvoorbeeld omdat de Joodse kinderen geen staatsonderwijs ontvangen en aangewezen zijn op het onderricht in de synagoge -in sjoeltjes- door rabijnen, die hen leren lezen middels de Bijbel.

Chagall is van jongs af aan gegrepen door alles wat er in de sjoel gebeurt  en zal al heel jong meezingen in het koor. Uit latere beschrijvingen blijkt dat hij het gebeuren in de sjoel als een groot toneelstuk ervaren heeft. Hij drinkt de teksten -met de erbij behorende emoties- in en wordt opstandig wanneer hij merkt dat deze bijbelgedeeltes vooral als rituelen worden gezien, losgeslagen van hun intrinsieke betekenis. Op jeugdige leeftijd kiest hij bewust voor de inhoud, en ontwikkelt een groeiende tegenzin tegen de manier waarop binnen de synagoge vorm gegeven wordt aan het geloof.

1.2  DE PSALMEN

Het BOEK DER PSALMEN vormt het 19e boek uit de Bijbel en omvat 150 hoofdstukken. Elk hoofdstuk wordt een lied, een psalm, genoemd. Hoewel de meeste psalmen hun definitieve vorm pas laat gevonden hebben (enkele eeuwen voor Christus), zullen veel psalmen al gebruikt zijn in de tempeldienst vanaf duizend jaar voor onze jaartelling.

Die psalmteksten zijn niet uit het niets ontstaan. De meeste brokstukken hebben hun oorsprong van duizenden jaren her, maken deel uit van de oude Semitische culturen en zijn in de tempeldienst opgenomen toen bleek hoe goed die brokstukken de verhouding van

de mens tot God verwoorden.

De tempelzangen vormen het hart van de religieuze gevoelens, waarmee het Joodse volk opgeladen wordt als men naar de tempel gaat om te bidden, te offeren en te zingen. De Psalmen hebben die functie steeds behouden.  En het is niet verwonderlijk dat de eerste Christengemeenten uit deze religieuze voedingsbodem blijven putten. En het is niet verwonderlijk dat de psalmen in de Rooms-Katholieke eredienst niet weg te denken zijn. En we zijn er in dit Calvijnjaar opnieuw bij bepaald hoe Calvijn alle gelovigen in de eredienst weer een actieve rol toekent, middels de gemeentezang en daarbij de 150 psalmen centraal stelde.

=x=x=x=x=

Ik wil u uitnodigen om in alle rust te kijken naar de afbeeldingen die op uw programmablaadje staan, van Chagalls etsen bij de psalmen 1 en 100. Onderwijl kunt u luisteren naar de prelude van de 2e Cellosuite van J.S.Bach, gespeeld door Maarten Boasson.

=x=x=x=x=

 

W.190 PSALM 16 Psaumes de David (1979)
W.190 PSALM 16 Psaumes de David (1979)

2.     CHAGALLS   BIJBELSE  BOODSCHAP

2.1.  RELIGIEUZE EMOTIES

Chagall wijst er herhaaldelijk op dat de Europese cultuur -evenals andere culturen- een bundeling van emoties kent die men als 'religieuze emoties' beschouwt.  Vaak samenhangend met de laatste vragen waar de mens op aarde mee worstelt, in een poging er zo grip op te krijgen. Hij refereert daarbij bijvoorbeeld aan:  de noodlotsgedachte en de hoop, het terugverlangen - teruggrijpen naar het Paradijs, de schuldbeleving en het machtsdenken, de weg van het lijden en van de opstanding, het uitzicht. Waarbij steeds centraal staat:  de Liefde.

De Liefde is de enige God die geen afgod kan zijn.

Dat religieuze emoties per cultuur verschillen kan met een enkel voorbeeld verduidelijkt worden:

In veel godsdiensten speelt de sexualiteitsbeleving een grote rol in combinatie met religieuze emoties. In de Joodse, en later ook de Christelijke, cultuur wordt die verbinding evenwel vermeden, wordt het a-sexuele vaak tot religieus verheven. Dit komt in Afrikaanse culturen bepaald niet voor, en in Aziatische culturen alleen in de vorm van 'onthechting van alle aardse aandriften'. Eeuwenlang is de sexualiteitsbeleving binnen de Europese cultuur zelfs verbonden geweest met ‘lagere’ gevoelens.  En wanneer die beleving buiten het huwelijk gezocht werd meestal ook verbonden met  schuldgevoelens.  Dat dit de religieuze gevoelens sterk bepaald hoeft geen nadere uitleg.

2.2.  LE  MESSAGE  BIBLIQUE

In zijn tweede levensfase spreekt Chagall over de Bijbel als het mooiste, meest poetische boek dat hij tegen is gekomen in de wereldliteratuur. En hij gaat daarbij graag een stapje verder: het is alsof niet alleen de geschiedenis van het Joodse volk erin beschreven staat, maar dat van de hele mensheid.

In zijn derde, zijn laatste levensfase zal Chagall teruggrijpen op het bovenbeschreven complex van religieuze emoties, dat hij het liefst -veiligheidshalve- omschrijft als de Bijbelse Boodschap  LE MESSAGE BIBLIQUE.  Chagall wordt meer en meer gegrepen door Mozes wat blikt uit zijn zoeken naar de LIEFDE die centraal staat in al ons menselijk handelen en het zoeken naar rechtvaardigheid en naar de wet die recht doet en blijdschap brengt.  De weg van goedheid en betrouwbaarheid, waardoor IEDER ANDER je tot naaste wordt. De weg van de liefde die tot wereldvrede leidt voor wie deemoedig blijft zoeken.

LE   MESSAGE  BIBLIQUE:  het is alsof de Bijbel je de echo laat horen van al wat er om je heen gebeurt. Zoals het Boek de Openbaring -het laatste Bijbelboek van het Nieuwe Testament- ons uitzicht biedt op die andere wereld, die wereld van 'over de glazen zee', zo werpen de psalmteksten ons terug op de laatste vragen van ons bestaan op deze wereld.

3.     DE  PSALMEN  IN  ONZE  TIJD

3.1.  DE  PSALMEN  BIJ  ‘ONS’  GELOVIGEN

Hoe functioneren de Psalmen in ons leven?  Een groot deel van mijn toehoorders zijn met de Psalmen opgegroeid. Misschien niet zo sterk als bij Chagall, maar toch. Velen kennen nog Psalmen uit de berijming van 1770, zoals ze vroeger op Scholen met de Bijbel geleerd werden:  Of uit de Nieuwe Psalm-Berijming die vijftig jaar geleden tot stand kwam.

Of de andere afbeelding uit uw toegangskaart:  het 'Welgefeliciteerd met je bestaan' van Psalm 1.

Hoe functioneert dat in het dagelijks leven? Of hebben we het gereserveerd voor de zondag en denken we dat het naast ons leven staat. Of alleen op sommige dieptepunten of hoogtepunten van ons leven: geboorte, dood, gedenkdag of misere.

3.2.  DE PSALMEN BIJ ANDERE EUROPEANEN

En functioneren de Psalmen nog in het leven van diegenen die er niet mee groot gebracht zijn? Zit het ergens in onze cultuur verankerd? Komen zij er indirect nog mee in aanraking? Chagall is ervan overtuigd dat de Psalmen (en de Bijbel van Genesis tot Openbaring) deel uitmaken van de basis van onze cultuur.

Chagall gaat ervan uit dat wij Europeanen, bewust of onbewust, geworteld zijn in de Joodse, Hellinistische, Romeinse en Christelijke cultuur. Dat is het fundament van onze rechtspraak, ons politiek bedrijven, onze handel, ons geldstelsel, onze wetenschap, ja, zelfs onze europese talen. Chagall is ervan overtuigd dat onze cultuur doordrenkt is met de bijbelse thema's.

En zo maken de Psalmen -veelal onbewust- ook deel uit van die Europeanen die zich niet tot de 'God-gelovigen' rekenen.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

Ik wil u uitnodigen om hier in alle rust even bij stil te staan, en de twee afbeeldingen in u op te nemen, terwijl Maarten Boasson de prelude uit Bachs 4e Cello-suite zal spelen.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

Pieter Zuidema

eerste deel van de voordracht gehouden in 

de Grote kerk van Elburg op 25 oktober 2009

 

Tweede deel verschijnt 1 december 2020

Bekijk hier het overzicht met andere Papers of the Month

0 Berichten

More events


Chagall Gallery Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Sharing Knowledge

     P. van der Woel M.A. - Chairman 

Stichting Zingevende Ambachten 

     +31 6 44 63 03 33

       pieter@zingevendeambachten

 

Chagall Research Centre 

Pieter Zuidema M.A. - CRC - director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl