OFFER OF THE MONTH

M.205 uit Lassaigne Chagall-70 (1957)
M.205 uit Lassaigne Chagall-70 (1957)

This month we offer LITHO M.205 from Lassaigne Chagall-70: STILL LIFE IN BROWN for € 250.

 

After paying on IBAN:  NL30 INGB 0006 9176 17 of Research Centre WUYT you will receive the litho by post. Please contact us at info@chagall.nl for more details.

 

The Litho is in perfect condition. It is stoken in Museum-creme passe-partout and placed in a transparant plastic bag.  

 

Seperately you will receive a registered Certificates of Authenticity on your name.

 

 

 

 



PAPER OF THE MONTH

The heart of the Research Center lies in the study of Chagall's life and his graphic works. In thirty years this has led to nearly five hundred papers of lectures, introductions and workshops throughout the Netherlands and occasionally outside of these borders. Fifty times a publication appeared, which can be found here by year. For further information you can contact info@chagall.nl. We intend to regularly place (the framework of) such a publication on the website. Read the latest PAPER OF THE MONTH below



09 PAPER OF THE MONTH

HET HADASSAH - J O S E F - RAAM

Joseph, final design from Jerusalem Windows PC.049 (1962)
Joseph, final design from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

1.  AANLEIDING  TOT  DE  RAMENSERIE

 

     1.1.  De Hadassah-organisatie

De Amerikaans- Joodse Vrijwilligersorganisatie HADASSAH is in 1912 begonnen met het organiseren van ‘goede werken’ in Palestina, het land van oorsprong van het Joodse volk. Denk bij ‘goede werken’ vooral aan onderwijs en medische zorg, vergelijkbaar met elementen van het zendingswerk/de missie vanuit Christelijke gemeenschappen. In 2006 is de Hadassah-organisatie  een van de drie genomineerden voor de Nobelprijs voor de Vrede vanwege het vele goede wat tot stand gebracht is op het gebied van medische zorg en onderwijs in Palestina, ongeacht ras, nationaliteit of geloof.

      1.2. Nieuwbouw bij Jeruzalem 

Ter gelegenheid van het vijftig-jarig bestaan bouwt de organisatie een twintigtal nieuwe universiteitsgebouwen in de heuvels bij Jerusalem, met als sluitstuk een universiteits-ziekenhuis met een stiltecentrum/synagoge. In hun zoektocht naar een stijlvolle bekroning van dit omvangrijke nieuwbouw-complex zien ze Chagalls werk aan gebrandschilderde ramen in de kathedraal van Reims en weten hem over te halen om voor hun synagoge twaalf gebrandschilderde ramen te vervaardigen met elk een van de stammen van Israel tot onderwerp. 

     1.3. Een moeilijk besluit voor Chagall

Marc Chagall stond aanvankelijk  erg aarzelend tegenover dit verzoek, want hij had vrijwel geen affiniteit met die twaalf stammen en hun ’stamvaders’.  In het verleden had hij blijk gegeven alleen geïnspireerd te raken door de Bijbelse verhalen over Josef, maar uitgerekend deze zoon van Israel hoort niet in het rijtje van de twaalf stammen. Van Josefs andere broers staat maar weinig karakteristieks beschreven. 

Een tweede bezwaar gold fundamentalistische gedachtengoed van de Hadassah-organisatie waar Chagall nooit helemaal omheen zou kunnen, zoals de eis om geen afbeeldingen van GOD of van (delen van) mensen in de synagoge aan te brengen.  

Een derde bezwaar betrof de omvang van het werk: ruim honderd vierkante meter gebrandschilderd glas op zo korte termijn zal betekenen dat hij zijn glasarbeid in de kathedraal van Reims enige jaren op moet schorten. 

Chagalls vrouw Vava haalt hem toch over de streep door hem te herinneren aan zijn vaak uitgesproken wens  om als dank voor de religieuze opvoeding die hij heeft genoten een groots werk aan dit land van oorsprong  terug te geven. Hij besluit  deze twaalf ramen hiertoe te gebruiken door in elk raam een religieuze emotie te leggen, zoals hij die hij in zijn jeugd meegekregen heeft.  

Met het Hadassah-comité komt hij overeen voor de ramen niet de twaalf stammen, doch de twaalf zonen van Israel (Jacob) te kiezen: Dan hoorde tenminste die ene zoon Josef erbij. Aan Gods vierde gebod -Gij zult geen afbeelding voor mijn Aangezicht hebben-  valt evenwel niet te tornen en Chagall zal zich hier -soms met een humoristische noot- mee verzoenen.

Joseph, first color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)
Joseph, first color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

2.  CHAGALLS  REDE  BIJ  DE  INAUGURATIE

 

      2.1.   Een rondreizende expositie vooraf

Voordat de ramen hun definitieve plek in de Hadassah-synagoge kregen, worden ze op verzoek van André Malraux -de toenmalige Minister van Cultuur- in het Louvre tentoongesteld van 16 juni tot 30 september 1961. Bij deze expositie  verschijnt een uitstekende catalogus, waaraan Chagall met vele betrokkenen heeft meegewerkt: “Chagall Vitraux pour Jérusalem” (zie boek PC.047).  Marc Chagall heeft daarin de teksten vermeld die voor hem het vertrekpunt waren om aan een raam te beginnen; voor elk raam kon met een enkel kort zinnetje worden volstaan. Dat alleen het Josef-raam een uizondering vormt zal u, gezien het bovenstaande, niet vreemd voorkomen: hij heeft er een hele bladzijde voor nodig. Meer tekst dan voor de andere elf ramen samen. 

       2.2.   De beroemde rede van Marc Chagall 

Doorgaans staan de verhalen van MarcChagall vol humor en fantasie om te verhullen waar het nou echt om gaat. Maar een enkele lezing blijkt nauwgezet voorbereid en dan precies weer te geven wat Chagall op het oog had.  Die zinnen die hij dan uitspreekt doen denken aan zijn gedichten en zijn in wezen alleen voor hemzelf bedoeld zijn. Het is uitzonderlijk wanneer Chagall op deze wijze in het openbaar rekenschap aflegt van een gemaakt kunstwerk en het is veelzeggend dat hij bij de inauguratie van de 12 ramen in de Hadassah-synagoge op 6 februari 1962 zo’n rede uitgesproken heeft. U komt de echte Marc Chagall tegen. Ik zal mijn betoog met deze rede afsluiten. 

      2.3.   De herkomst van onze religieuze gevoelens

Eén belangrijk thema in zijn rede wil ik alvast vermelden: Als Chagall spreekt over het Joodse volk dat duizenden jaren geleden geleefd heeft temidden van andere Semitische volkeren vervolgt hij zijn voordracht met deze ontboezeming: “Tijdens het maken van dit religieuze werk had ik de grootse scheppingen van de toenmalige Semitische volkeren om ons heen in gedachten.” Wat kan hij hiermee bedoeld hebben? Toch niet de bouwkunst van de Egyptenaren of de Assyriërs.  Wat heeft de Joodse cultuur geïnspireerd tot het fundament van de religieuze emoties, waar Chagall zoveel eeuwen later nog op teert?

Joseph, second color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)
Joseph, second color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

3.   PSALMTEKSTEN   ALS  BASIS   VAN  DE  RAMEN

     3.1.    De Psalmen als hart van de religieuze uitingen

Ik kom maar tot één antwoord: de vele Psalmen of psalmgedeelten die het Joodse volk heeft ontleend uit ‘de grootse scheppingen’  van de Syrische volkeren:  die legden het religieus-emotionele fundament voor de tempeldienst.  De honderdvijftig psalmen die tot vandaag de dag toe dragers zijn van elke Joodse en Christelijke eredienst.  U vindt twaalf palm(gedeelt)en in deze Hadassah-ramen terug. 

     3.2.    Hoe te werk te gaan 

Wilt u de twaalf ramen ontrafelen?   Het moge duidelijk zijn dat het kennis nemen van de geschiedenis van elk der zonen van Jacob u niet op weg helpt, doch doet verzanden op die zijsporen.   Biedt nader kennis nemen van de 150 Psalmen uit het Boek der Psalmen een uitkomst?   Het kan geen kwaad, maar ook daarmee komt u niet ver.  De beste manier die ik u kan aanraden is:  verdiep u in zo’n raam door bij  uzelf na te gaan wat er in u opwelt als u er voor staat…..  Wat roepen de kleuren en de beelden bij u  op?  

In het Louvre stonden de twaalf ramen perfect opgesteld en op foto’s zie je  Chagall er dankbaar en tevreden rondlopen.   

     3.3.  Een zoektocht, geen zoekplaatje

Mijn advies betreft trouwens de benadering van elk werk van Marc Chagall. Het issowieso een beproefd middel om tot klassieke kunstwerken door te dringen. Ik vertel dus niks nieuws. Maar de aandacht die ik hierom vraag komt door teleurstellende ervaringen rond deze ramen. Zoals bij de standaard-uitleg (met zo’n bandje in diverse talen) dat de rondleiding in de Hadassah-synagoge biedt met de twaalf ramen als zoekplaatjes.   Dan is het doel bereikt als de bezoeker een tevreden gevoel krijgt omdat hij de weetjes-vragen heeft beantwoord, zonder bij zichzelf te rade te zijn gegaan. 

    3.4.  De Litho’s  van de voorstudies en ontwerpen 

De plaatsing van de ramen in de synagoge is voor Marc Chagall op zo’n debacle uitgelopen dat hij bovenmate veel zorg heeft besteed aan de vervaardiging van de 36 originele litho’s ervan.  Hij hoopte dat de bedoeling en de kracht van de ramen langs deze weg beter tot zijn recht zouden komen.  Het resultaat is verbluffend: het zijn 36 pareltjes geworden  waar de bezoeker beter van kan genieten dan van het kleurenspectakel dat de architect van de Synagoge heeft bewerkstelligd.      

    3.5.   En die Psalmen dan…... 

Wie onbevangen blijft kijken en bij zichzelf terade gaat komt Psalm 1 tegen en ontmoet Psalm 150.  Hij ziet  de kern van Psalm 46 of verwijlt bij Psalm 23.  Natuurlijk treft u bij het Juda-raam een Koningspsalm dieu met het vorstelijke rood optilt naar het Nieuwe Jeruzalem waar het lam en de leeuw………..   Het gaat u vast lukken.  Neem de tijd en neem een stoel. 

 

 

 

 

4.  EEN  KENNISMAKING  MET  HET JOSEF-RAAM

     4.1.   Veel houvast aan de geschiedenis van Jozef 

Zoals hier boven staat is Josef de enige zoon van Jacob waar Marc Chagall echt aandacht aan heeft geschonken. Zo heeft Marc Chagall  in zijn 105 Bijbeletsen een serie van 9 etsplaten gegroepeerd rond Josef (de nrs. AV.215 t/m/ AV.223), terwijl hij aan geen van zijn broers ooit aandacht heeft geschonken.  En in die reeks overvalt je het totaalbeeld van een jongeling die door de diepste diepten heen gaat, gelouterd wordt zonder de band met zijn halfbroers los te laten, tot aan het overlijden van zijn moeder Rachel in het kraambed van Ben-jamin, tot aan de zegening van zijn beide kinderen door zijn oude vader. 

Bezie nu hoe Chagall dit leven in het JOSEF-raam uitdiept door allerlei elementen uit dit leven hun plekje tegeven…… terwijl er ondehuids iets meer gebeurt.  

    4.2.   Houvast aan de kleuren 

Om met de hoofdkleur te beginnen: het okerachtige is een ongebruikelijke kleur voor Marc Chagall. Het is een van de kleuren waarbij hij zich onzeker voelt, wat de tweede kleurvoorstudie goed laat zien.  Op 92-jarige leeftijd zal Chagall als laatste expositie van nieuw werk komen met een een serie van dertig kleuretsen die allen dezelfde okerkleurige uitstraling hebben. De galeriehouder merkt dan op dat Chagall die kleuren nog nooit eerder gebruikt heeft.  Zoekend naar de reden stuit hij op een nieuwe emotie die op hoge leeftijd zich in Chagall zal hebben gevormd: een emotie gekoppeld aan de hoge ouderdom.  Terwijl het oker zich in allerlei gradaties laat zien zijn de omringende kleuren juist helder en vaak sterker dan op de andere elf ramen.

    4.3.   Houvast aan de diepere lagen

Als ik de litho van het definitieve ontwerp voor het Josef-raam in handen heb, komt mijn negentig jaar oude moeder in gedachten die ziet wat voor leven zij (haar ’boom’) heeft voortgebracht, die dankbaar is omdat haar niets ontbreekt, die weet wat vertrouwen is, ook toen zij door een dal van diepe duisternis haar houvast niet kwijtraakte, haar zeven kinderen heelhuids door het Jappenkamp heen loodste, daarna de armoe gekend heeft en niets liever doet dan in de omgeving van die Ene te zijn, die haar met muziek omspoelt.  De eindlitho van Josef toont de weldaad van de rust en de overvloed waarin zij nu mag verkeren. Er is veiligheid en het leven is goed.   En kijk: een volgende keer ishet de helderheid in kleurschakeringen dieopvalt en je blij maakt. Of maakt die veiligheid plaats voor een gevoel van geborgenheid.   En zo leeft het JOSEF-raam als litho met je mee.

 

5.  DE REDE VAN CHAGALL BIJ DE INAUGURATIE .

 

De Veste in Gouda,      

januari 2007 

Pieter Zuidema

0 Berichten

08 PAPER OF THE MONTH

Vervolg - Vitraux pour Jerusalem

marc chagall amsterdam koop buy gallery
Ruben - First color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

Vervolg van de introductie voor de gastheren en gastvrouwen bij de expositie in Oud-Beierland in september 2011 van de 36 originele kleurenlitho’s van de voorstudies die Marc Chagall gemaakt heeft voor de twaalf ramen in het Stilte Centrum van de Hadassah - Universiteitskliniek even buiten Jeruzalem. Dit tweede deel  betreft een nadere kennismaking met het gebrandschilderde raam dat de naam RUBEN heeft meegekregen.

 

4.   EEN  WIJDVERBREID  MISVERSTAND

In het eerste deel heeft u al gelezen dat Chagall zijn werken geen namen, titels of uitleg meegaf, want dat kon het onbevangen kijken naar het kunstwerk alleen maar in de weg staan. Daarom konden de namen die aan een werk van Chagall waren toegekend in de loop der jaren nogal eens probleemloos veranderen. Vandaar ook dat de namen meestal zo leeg mogelijk bleven, vooral door twee elementen uit zo’n werk te benoemen: "vogel en tak",  “clown met bos bloemen”, “stelletje bij een boom”. Overduidelijk laat Marc Chagall blijken dat het wezenlijke - als dit al verwoord zou kunnen worden - niet in een titel is te vangen. Slechts bij één serie is hem dit totaal uit handen geslagen: de naamgeving van de twaalf gebrandschilderde ramen in Jeruzalem. Dat komt vooral door het boek van Jean Leymarie dat in het eerste deel ter sprake is gekomen. Een uitstekende catalogus bij deze 12 ramen is verschenen bij de eerste expositie van de ramen, te weten in het Louvre te Parijs van 16-6 tot 30-09 1961. Hier heeft Chagall met vele betrokkenen aan meegewerkt: Chagall Vitraux pour Jérusalem. Marc Chagall heeft daarin de teksten laten plaatsen die voor hem het vertrekpunt waren om aan een raam te beginnen; voor elk raam kon met een korte verwijzing naar een Bijbeltekst worden volstaan. Alleen het Josef-raam vormt een uitzondering, aangezien Josef de enige van deze twaalf mannen is waar Chagall affiniteit mee had.      

Ruben - Second color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)
Ruben - Second color study from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

 

5.   BIJBELTEKSTEN  ROND  RUBEN 

Als Chagall zich toelegt op het maken van een raamontwerp moet zich in zijn geest een over-en-weerspel hebben voltrokken tussen die kerntekst van de betreffende zoon van Israel en de religieuze emotie die hij in het raam tot uitdrukking wil brengen.  Het is daarom niet vreemd dat hij eerst van alle twaalf ramen een zwart-wit schets maakt, om vervolgens afstand te scheppen van die kerntekst en het ontwerp vervolgens in een tweede zwart/wit-schets verdiept. Daarna kan hij de kernteksten die overgeleverd zijn van de betrokken ‘zoon’ loslaten om zich te concentreren op de vormgeving van die religieuze emotie die hij zich herinnert vanuit zijn jeugd.

 

5.1. de naam  RUBEN

‘Ruben’ is “ RE-OE VEEN” , en luidt vertaald :”Kijk, een Zoon!” 

De naam Ruben komt 67 x voor in de Bijbel, waarvan 14 keer in geslachtsregisters. Daarnaast 15 keren in de beraadslagingen rond het in bezit nemen van het beloofde land Kanaän, na de Exodustijd. De nazaten van Ruben vormen een herdersvolk dat aan de overkant van de Jordaan voldoende grazige weiden aantreft. De Rubennieten groeien niet uit tot een grote stam. 

Ruben - Final design from Jerusalem Windows PC.049 (1962)
Ruben - Final design from Jerusalem Windows PC.049 (1962)

5.2. de drie vaste, weerkerende bijbelplaatsen

1. Moeder Lea’s woorden bij de geboorte (Genesis 29: 32)

   “Want de Heer heeft gezien wat ik te verduren heb.

    Nu zal mijn man van mij houden.”

2. Vader Israels laatste woorden  (Genesis 49: 3-4)

    "Ruben, de oudste zoon ben jij,

     de eerste vrucht van mijn manlijke kracht,

     in fierheid en macht de voornaamste.

     Onstuimig ben jij als het water -

     nee jij zult niet de voornaamste zijn,

     want jij hebt je vaders bed beslapen,

     je vaders legerstee ontwijd.”

3.  Mozes laatste woorden (Deuteronomium 33: 6)  

     “ Ruben, hij moge leven en niet sterven,

       hoe gering zijn aantal ook is."     

 

5.3.  enkele beschreven gebeurtenissen

1. Het verhaal van de liefdesappels   (Genesis 30: 14-18)

2. Rubens rol rond de verstoting van Josef   (Genesis37)

3. Rubens borgstelling aan zijn vader voor Benjamin  (Genesis 42: 37)

M.230a. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)
M.230a. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)

 

 

6.  CHAGALLS  EIGEN  INVULLINGEN

Hoewel Marc Chagall geen behoefte heeft om wat over zijn werk los te laten en zelfs geen enkel commentaar heeft gegeven bij de teksten van Jean Leymarie in “Les Vitraux pour Jerusalem” valt er genoeg op te sporen. Ik wees hierboven reeds op het kernzinnetje dat voor Marc Chagall als vertrekpunt gold om aan een volgend raamontwerp te gaan werken. Al werkend nemen andere zaken de inhoud over.    

 

6.1. de Hebreeuwse teksten 

Alle twaalf ramen voeren - meestal in het bovenste gedeelte - de naam van de stamvader. Zo ook hier de naam RUBEN. Op het Ruben raam verwijst Chagall ook naar de Hebreeuwse tekst van Jesaja 40:12: 

       “Wie heeft de wateren met holle hand omvat,

         de hemel gemeten met een ellemaat?      

        Wie heeft het stof van de aarde 

         met een maatlepel afgepast?”

Het kan niet anders dan dat deze tekst een belangrijke drager wordt van het RUBEN-raam.

 

6.2. Chagalls rede bij de inauguratie op 06-02-1962

Deze redevoering van Marc Chagall leest als een gedicht en voelt als een Chagall-kunstwerk. In ‘verdichte vorm’ zegt hij wat hij kwijt wil, het is hem uit het hart gegrepen, zonder opsmuk, zonder pose. Het is het resultaat van veel wikken en wegen, zelfs de kleinste gedachte staat op de goede plaats. Zulke teksten van Marc Chagall zijn uiterst zeldzaam, vergelijkbaar met de ‘gedichten’ die hij puur alleen voor zichzelf schreef. Het is niet zonder oorzaak dat deze rede niet in het boek van Leymarie is opgenomen.

 

tekening 02
tekening 02

 

6.3. Chagalls BIJBELLITHO  M. 234 uit 1960

Uit dezelfde periode van de ontwerpen voor de 12 ramen dateert zijn lithografisch werk voor Bible-Verve 37/38 (door Tériade uitgegeven op 29 juli 1960). Litho M.234 “Création” (zie de afbeelding) lijkt qua compositie, kleurgebruik en voorstelling als twee druppels water op het Rubenraam. Twee grote verschillen: Op de litho ontbreken de Hebreeuwse teksten, waar Chagall voor zijn 12 ramen behoefte aan had. En op het raam ontbreekt het mensenpaar dat vanonder uit het midden van de litho opstijgt, een gemis als gevolg van het verbod van het Hadassah-comité om (delen van) mensen af te beelden. Met dit laatste verbod had Marc Chagall veel moeite en hij zal dat uitstekend compenseren in deze Bible/Verve waarvan direct al op de omslag ‘God’ op een ‘Rubens-waardige’ wijze groots wordt afgebeeld. Op de ramen zelf gaat Marc Chagall meermalen wat humoristisch om met dat verbod.

In Bible-Verve treft u meer directe verwijzingen van het thema van het Rubensraam naar het Scheppingsverhaal, zoals in tekening 02, die eveneens de naam “Création” meegekregen heeft.

 

 

M.230b. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)
M.230b. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)

 

6.3. Chagalls BIJBELLITHO  M. 234 uit 1960

Uit dezelfde periode van de ontwerpen voor de 12 ramen dateert zijn lithografisch werk voor Bible-Verve 37/38 (door Tériade uitgegeven op 29 juli 1960). Litho M.234 “Création” (zie de afbeelding) lijkt qua compositie, kleurgebruik en voorstelling als twee druppels water op het Rubenraam. Twee grote verschillen: Op de litho ontbreken de Hebreeuwse teksten, waar Chagall voor zijn 12 ramen behoefte aan had. En op het raam ontbreekt het mensenpaar dat vanonder uit het midden van de litho opstijgt, een gemis als gevolg van het verbod van het Hadassah-comité om (delen van) mensen af te beelden. Met dit laatste verbod had Marc Chagall veel moeite en hij zal dat uitstekend compenseren in deze Bible/Verve waarvan direct al op de omslag ‘God’ op een ‘Rubens-waardige’ wijze groots wordt afgebeeld. Op de ramen zelf gaat Marc Chagall meermalen wat humoristisch om met dat verbod.

In Bible-Verve treft u meer directe verwijzingen van het thema van het Rubensraam naar het Scheppingsverhaal, zoals in tekening 02, die eveneens de naam “Création” meegekregen heeft.

 

7.  VIJFTIG  JAAR  LATER  KIJKEN  NAAR  HET  RUBEN-RAAM

7.1. mijn kijken in a nutshell

De blauwe kleur versterkt door de zwarte golvende lijnen roept bij mij de sfeer op van de zee, van de oervloed. Het is niet het ‘hemelse blauw’ dat het DAN-raam kenmerkt of het diepere blauw van het BEN-JAMIN-raam. Tegelijkertijd ervaar ik een religieuze lading vanuit het raam, alsof er een Bach-cantate klinkt. En alles lijkt rustgevend en geordend, het is het tegengestelde van ‘Chaos’.  Er hangt een stilte, doorbroken door geluiden van vogels die de vier windstreken opzoeken. Geen branding, geen gebulder van golven-massa’s, nee dit is Jesaja 40:12.  

Het lijkt te komen vanuit een witte cirkel, die omringd wordt door de donkere gebogen lijnen die als schillen om de witte gloed van de eeuwigheid draaien. In dit raam worden ze geaccentueerd door een paar brede stralen die naar beneden uitwaaieren. Marc Chagall gebruikt deze vorm graag om het scheppingsgebeuren vorm te geven en het is niet vreemd dit beeld ook op de omslaglitho van Bible-Verve 37/38 aan te treffen.  Een van de opmerkelijkste dingen  in dit scheppingsmotief is dat de beschouwer twijfelt op de diepte waar het licht van de eeuwigheid naartoe leidt  verder voert dan de diepte van de horizonten achter de vogels. Het is alsof die twee dieptes zomaar kunnen wisselen.

Stil staan waterplanten omhoog of waaieren zachtjes heen en weer, aan de rechterkant overgaand in een stukje groen land waarop vier schapen grazen.  In het water nemen vier vissen elk een eigen uithoek van de schepping in hun bezit: een volledige harmonie straalt rust, vertrouwdheid en geborgenheid uit. De kleuren paars, rood en vooral de diversiteit in groenen brengen mij dichter bij de schepping zoals door God bedoeld.

M.234. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)
M.234. from Bible Verve 37/38 PC.042 (1960)

 

7.2. een gevoel van tekort

Toch is merkbaar dat Marc Chagall zich gehandicapt voelt om het scheppingsgebeuren tot in de kern te treffen, zulks vanwege het verbod om het eerste mensenpaar af te beelden. Kleine saillante en veelzeggende détails dringen op, zoals dat klassieke koppie van dat viervoetertje, helemaal onderaan in het midden met zijn zachte kleuren…. dat de plek van het eerste mensenpaar heeft ingenomen.

 

7.3. tenslotte

Ik hoop dat u mijn onvrede begrijpt met al die commentaren die dit Scheppingsraam ombuigen tot een zoekplaatje naar de Ruben teksten uit de eerste vijf Bijbelboeken.  Dat Ruben de eerstgeboren zoon was van vader Jacob is in feite het enige brug die gelegd kan worden van Ruben naar dit gebrandschilderde Scheppingsraam. Door gebruik te maken van de Hebreeuwse tekst uit Jesaja heeft Chagall daarover geen misvatting laten bestaan.  Het raam is misschien wel het meest voorname raam uit de hele serie geworden.       

 

Oud-Beierland,  september 2011

Pieter Zuidema      

0 Berichten

06 PAPER OF THE MONTH

D E E L   T W E E       DE  VIJFTIGER / ZESTIGER JAREN

marc chagall meermanno zelfportret

Tweede deel van de voordracht gehouden bij de opening van de ‘Klokken-tentoonstelling’  in het Meermanno-museum te Den Haag op 8 februari 2017. De voordracht kent een Inleiding, een deel over Chagalls kunst, een deel over de vijftiger jaren van de vorige eeuw en als afsluiting een deel over het IK bij Marc Chagall. Het eerste deel van de voordracht is als “Paper of the Month nr. 06 van oktober 2019 op de site gezet.   Hier volgt het tweede deel. 

 

STUDEREN in AMSTERDAM

In het midden van de jaren vijftig kwam de Psychologie-studie sterk in de belangstelling te staan aan de Vrije Universiteit vanwege de behoefte bij menige student om meer over zichzelf en over de mens te weten te komen. De jeugd van de confessionele zuil werd getekend door volwassenen die zo met hun God bezig waren dat ze nauwelijks aan de vraag naar de MENS toekwamen. Die eerstejaars studenten moesten een geweldige opdoffer incasseren, want ze kregen geen Zielkunde….. doch een levensvreemd Behaviorisme, barre Statistiek en van het leven geabstraheerde Filosofie. Ze leerden dat ’introspectie’ onwetenschappelijk, want onbetrouwbaar, was en de Psychologie-studie was blind voor het gegeven dat je het je hele verdere leven met jezelf moet doen. De kunstbeschouwing  aan de UvA en VU kenden een zelfde beproefde didactische methode: plaats de studenten voor twee werken (vaak middels dia-projectoren) om middels onderling vergelijken nadere Kunstkennis op te doen.  Beide kunstopleidingen cirkelden om de kunstenaars, hun producten en achteraf geconstrueerde stromingen en wilden een eigen volwaardige “ Beeldende kunst-discipline" opbouwen. Daarvoor was een eigen vocabulaire nodig. Sloot dat niet mooi aan bij de vroegere kunstkenner die op ‘verhoogde toon’ over kunst sprak of schreef?  Ja en nee. Ik heb de Neerlandicus prof. Kuiper eens in een college ontroerd - tot tranen toe bewogen- een gedicht van Vondel horen voordragen. Dat maakte zo’n diepe indruk: Voor het eerst ervoer ik vanuit de collegebanken de kracht van de poëzie en de dieptewerking van kunst. Dat is iets heel anders dan het gesleutel aan een nieuw begrippenapparaat waarbij de taal wordt ingeblikt en verabstraheerd tot een jargon dat alleen toegankelijk is voor insiders.

     

 

MARC CHAGALL, original lithograph, de klokken van Chagall, M.112, 1956
MARC CHAGALL, original lithograph, de klokken van Chagall, M.112, 1956

GEEN PLEK VOOR CHAGALL

Zo gaven noch de studie Psychologie, noch de Kunstgeschiedenis mij het gereedschap om verder door te dringen in Chagalls kunst. Vooral het taboe dat in de beeldende kunst rust om te spreken in gewone, heldere termen, ook als het gaat om het oproepen van het onzegbare, en het onvermogen voor het Behaviorisme om de diepere lagen in de mens aan te boren. Voor wie iets weet van Chagalls drijfveren is het niet verwonderlijk dat zo'n wetenschapsbeoefening weinig vat heeft op de kunst van Marc Chagall. Want het accepteren dat er kunst bestaat die pas echte kunst wordt wanneer de kijker er deel van uitmaakt vraagt om een ander instrumentarium en om een andere training van studenten dan dia’s vergelijken. Er bestond geeneens vraag naar. 

Hoe werd er dan over de kunst van Marc Chagall geschreven? Dan blijkt dat het essay van Joop Beljon (‘De klokken van Chagall’, 1956) prima in die tijd te passen. Andere schrijvers in Europa geven eenzelfde beeld. Het aardige van die hoogdravendheid en geleerddoenerij is dat het graag gebruikt wordt om de band die men heeft met het kunstwerk te onderstrepen. Doch zonder de simpele, oprechte uitwerking van die Neerlandicus met zijn gedicht van Joost van den Vondel. 

In de kleine kring rond Chagall in Frankrijk was dat niet anders. De teksten in de catalogi van Chagalls Maeght-exposities geven heerlijke voorbeelden. Maar er is een enkele uitzondering, zoals Aimé Maeght zelf (niet vreemd dat Chagall een beetje bang voor hem was) en Jacques Lassaigne - lid van Frankrijks Hoge Raad en in zijn vrije tijd onderzoeker naar levens en werk van enkele grote beeldende kunstenaars (Matisse, Picasso en Chagall).  Op zo’n enkele uitzondering na bestaat er geen werkelijk platform om Chagalls werk te leren kennen…. ondanks de duizenden boeken en publicaties. Hierin citeert men elkaar vooral inzake Chagalls levensloop (waar - zoals hierboven gezegd - de fantasie de klok slaat) doch vrijwel nooit over de inhoud en betekenis van de kunstwerken zelf. Waarom sluiten die boeken-monologen niet op elkaar aan? Waarom leren ze niet van elkaar? Waarom valt het mensen pas een halve eeuw later op wat voor onzin men aan Chagalls werk toedichtte? De verhalen over Chagalls klokken leveren hiervan een klinkend bewijs.   

 

TERUGBLIK  NA  ZESTIG  JAREN    

De hierboven beschreven tijd van de studie Psychologie en Kunstgeschiedenis hoort voorgoed tot het verleden. Naar wat ik meemaak zijn de veranderingen in inhoud en doelen grondig geëvolueerd en dat maakt het onderzoeken van Chagalls werk goed mogelijk. Of dat voor alle kunst geldt vraag ik me overigens af. Betreft die evolutie ook een betere beoordeling van de Picasso-etsen uit de Vollard-serie?  Of biedt het meer inzicht in onze ‘Kabouter Butplug’ op het Eendrachtsplein in Rotterdam? Of op die zwarte drollen die als afgietsels van dooie mensen in Amsterdam op sokkels staan? Geldt dat voor kunst die erop uit is om te shockeren of te ontmaskeren… en ga zo maar door. Voor mezelf kom ik langs deze weg doordenkend tot de vraag: Wat is kunst? Bepaalt het kunstwerk dat? Is het afhankelijk van degene die ermee geconfronteerd wordt? En wat zijn daartoe de criteria? Die vragen werden in het Behaviorisme als onwetenschappelijk terzijde geschoven, in de filosofie door redenaties ondergesneeuwd en die vragen kwamen in alle simpelheid in de kunstcolleges niet aan bod: men zou zich dood schrikken van angst. 

T E N S L O T T E     W I E   I S   I K ?

Marc Chagall zag niets in gedegen onderzoek naar zijn werk. Hij ging ervan uit dat degene die kijken kan het toch wel ziet en dat zijn werk voor anderen niet gebaat is met nadere bestudering of uitleg. Als het bovenbeschrevene klopt is, had Chagall groot gelijk ook nog. Toch betwijfel ik zijn houding en geef daarvan tot slot van dit verhaal over Chagalls Klokken één voorbeeld.

Kent u één kunstenaar die zichzelf zo vaak afgebeeld heeft als Marc Chagall? Meer dan zeventig jaren lang zo’ n drie tot tien keer per week. Tussen de twintig en dertig duizend keer. Waarom kom je dit gegeven in al die honderden boeken over Marc Chagall niet tegen? Zag men het niet?  Onlangs is een jeugdportretje van hem (uit de inboedel in Chagalls huis) ontdekt waarvan u hierbij een afbeelding aantreft. Vanuit de naaste omgeving wordt bericht dat men eigenlijk geen goed raad weet met dit portretje. Waarom niet? Zo is het ook voor het eerst in Brussel tentoongesteld. Die onwetendheid vind ik nou hoogst opmerkelijk.  

Weet u een goede verklaring voor al die zelfportretjes? Hij kan weliswaar ijdel zijn, doch hij beeldt zich vrijwel steeds wat scheelkijkend af, dus dat kan het niet geweest zijn. Maar waarom wel? Mij inlevend in de persoon van Marc Chagall en zijn werk overziend wil ik u hier mijn gedachten op loslaten omdat het zoveel te maken heeft met die ’klokken’. 

   

 

 

MARC CHAGALL, original lithograph, CHRISTUS IN DE KLOK, M.196, 1957
MARC CHAGALL, original lithograph, CHRISTUS IN DE KLOK, M.196, 1957

Marc Chagall moet al jong gevoeld hebben dat al die beelden en kleuren (die hij vanaf zijn geboorte heeft ingedronken en meegekregen) de basis vormen van zijn IK en dat diezelfde vormen en kleuren ook liggen opgeslagen in de hoofden van andere mensen om hem heen. Zodat het IK van mensen overeenkomstige betekenissen van die beelden en kleuren met zich meedraagt naarmate andere mensen deel uitmaken van dezelfde cultuur. En daarmee wordt dat IK iets wat zich niet alleen in Marc Chagall afspeelt. Dat IK is iets waardoor anderen deel hebben in wat er in hem speelt en waardoor hij partner is in wat er in anderen omgaat. De zoektocht van Marc Chagall is een zoektocht naar deze gemeenschappelijke wereld van beelden, vormen en kleuren.        

Litho M.196 geeft hiervan een treffend voorbeeld. In deze litho wordt het ’IK’ uit Psalm 130 ( "De Profundis”) door Chagall in vijf zelfportretten neergezet.

Deze portretjes zijn evengoed vijf portretten van de beschouwer die zich die IK weet. Als u nu het woord ’identificeert’ gebruikt, heeft u de betekenis ervan in het stijfsel gezet en begrijpt u niet waarom Chagall die duizenden zelfportretten nodig had. Die afgebeelde IK is de beschouwer van het werk (of u nu scheel kijkt of niet) die van-binnen-uit met dat werk bezig is.  Daarom heeft dat zojuist gevonden schilderijtje zo’n stralenkrans rond zijn hoofd: daar bevinden zich die beelden, vormen en kleuren die wij vanuit eenzelfde gedachtengoed hebben meegekregen, waar wij allemaal uit putten. 

Daarom pretendeert Marc Chagall een “Europees” kunstenaar te zijn. Daarom begint hij zijn boek “Mijn leven” met de beschrijving van een boreling die zo vol beelden zit, dat hij geen tijd had om aan ademhalen te gaan denken. Zo vindt hij die beelden terug op zijn doeken, ook al begrijpt hij soms/vaak niet wat ze betekenen.  Die beelden zijn heilig, want ze zorgen voor het contact met het leven waar je midden in staat. Koester die beelden, poets ze op en verrijk zo je leven.              

 Den Haag, 8 februari 2017

Pieter Zuidema

0 Berichten

Inspiratie-avonden Marc Chagall en Mozes | 5 en 19 november 2019

Marc Chagall Mozes

Marc Chagall (1887-1985) behoort tot de belangrijke beeldende kunstenaars van de vorige eeuw. Zijn kleurgebruik is erg bijzonder. Naast schilderijen heeft hij een groot aantal zwart/ wit- en kleurenlitho’s gemaakt. Een aanzienlijk deel van zijn werken is geïnspireerd door zijn joodse komaf en vooral zijn eigen visie op de verhalen van de Bijbel. Werken van Chagall zijn te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar een aantal litho’s van Chagall zijn ook in Bennekom te bewonderen.  

 

Op 5 en 19 november zullen in de Rotondekerk van Bennekom twee inspiratie-avonden gehouden  worden over Marc Chagall en Mozes.  Op 5 november zal Ben Piepers spreken. Ben is theoloog en heeft zich verdiept in de kunst van Chagall, met name de inhoudelijke duiding van zijn werken. Op 19 november zal Pieter Zuidema spreken. Pieter is directeur van het Chagall Research Centre in Amsterdam.

 

Het programma voor beide avonden is:

 

Vanaf 19:30 uur:        Ontvangst met  koffie/thee

20:00 uur                   Toneel

                                     Muziek (Cello muziek/ Piano en dwarsfluit)

                                     Presentatie over litho’s  van Chagall en relatie tot Mozes

± 21:30 uur                 Napraten onder genot van een drankje

 

De inspiratie-avond op 5 november zal gaan over de over de  litho’s van Chagall en de boodschap van de Mozes. 

Deze  avond begint met een toneeluitvoering “En zo op de aarde” van André Malraux in bewerking van Machteld Vos de Wael, gevolgd door live muziek op cello door Maria Trinn. Vervolgens zal Ben Piepers vertellen over de litho’s van Marc Chagall en de betekenis van de Tien Woorden, die Mozes ontvangt op de berg Sinaï. Hij zal de oude woorden actualiseren in het licht van de toneeluitvoering.

 

De inspiratie-avond op 19 november zal gaan over de  over Chagall en Mozes als boodschapper. 

Net als op 5 november zal deze avond beginnen met een toneeluitvoering “De vuurwerkbom” van Machteld Vos de Wael , gevolgd door live muziek op piano en dwarsfluit door Conny van den Broek en Martine van Egdom. Dan zal Pieter Zuidema spreken over Mozes en Chagall als boodschappers van God, van waarden die groter zijn dan zij zelf. Naast voorwaarden om als boodschapper te functioneren is er aandacht voor het gouden kalf,  de woede van Mozes, de tweede kans…. Tevens zal verbinding gemaakt worden met de toneeluitvoering.

 

De toegang is vrij.

 

0 Berichten

07 PAPER OF THE MONTH

HET BOEK BIJ CHAGALLS  HADASSAH  RAMEN

Stenen van Messenblom
Stenen van Messenblom

 

Een kleine studie vijftig jaren na het gereed komen van de   

twaalf gebrandschilderde ramen voor het Stilte-Centrum

van het Hadassah-Universiteitsziekenhuis in de heuvels

even buiten Jeruzalem. Onder het motto:

               

ELKE  UITLEG  STAAT  EEN  KUNSTWERK  IN DE WEG

Een introductie voor de gastheren en -vrouwen bij de expositie in Oud-Beierland in september 2011 van de 36 originele kleurenlitho’s die vervaardigd zijn van de voorstudies die Chagall gemaakt heeft voor deze twaalf ramen. Gevolgd door een uitwerking bij het eerste raam “Rueben”.

 

 

 

EEN 

HET  HADASSAH-COMITE  EN  MARC  CHAGALL

1.1.  de aanleiding tot het ramen-project

Ter gelegenheid van het vijftig-jarig bestaan van de Amerikaanse Joodse vrouwen-vrijwilligers-organisatie “Hadassah” zal het stiltecentrum (de synagoge) van het zojuist voltooide complex van het universiteits-ziekenhuis geopend worden. De ‘Hadassah’-organisatie heeft zich vanaf haar ontstaan gericht op het verrichten van goede werken in het land van oorsprong van het Joodse volk. De nieuwbouw vormt het hoogtepunt voor ‘Hadassah’ na al die vijftig jaren.  De voorzitter van het Hadassah-comité en de bouwarchitect bezoeken de grote Chagall-tentoonstelling in Parijs van juni 1959 en besluiten om de 72-jarige Chagall te vragen om een serie gebrandschilderde ramen te maken voor de synagoge ter bekroning van de nieuwe behuizing van de Hadassah Universiteit.

Zijn vrouw haalt de aarzelende Chagall over de streep door hem te wijzen op zijn lang gekoesterde wens om als dank voor zijn religieuze opvoeding iets terug te doen voor het land waarvan de geschiedenis zo verweven is met zijn jeugd.  Iets waarin die emotionele verbondenheid met zijn ouders, grootouders en zijn genoten opvoeding gestalte krijgt, want hierin ziet Chagall de bron van zijn dank, blijdschap, hoop, geluk en vooral liefde in zijn leven.

Hij legt al zijn andere werk neer -waarmee men in Metz niet blij is -want zal die oude man zijn werk in hun kathedraal ooit voltooien?- en gaat voor het Hadassah-project aan de gang zonder enig honorarium te bedingen: het is zijn geschenk aan het land van oorsprong van zijn volk.  

1.2.  de opdracht van het Hadassah-comité

Dit comité kent een orthodox-religieuze onderstroom met allerlei voorbehouden, zoals het niet afbeelden van mensen of God. Chagall houdt er zich aan, al gaat hij er vrijer en vaak humorischtisch mee om. Ook wil het Comité dat in de ramen tot uitdrukking komt dat het gaat om het gehele volk Israël door elk raam de naam van een ‘stam’ mee te geven. Dat gaat Chagall net iets te ver, want hij heeft niets met de meeste stamvaders, behalve met Jozef… en die komt in dat rijtje niet voor. Chagall besluit daarom de ramen naar de twaalf zonen van Jacob te vernoemen en ze in de klassieke volgorde te rangschikken. Van de architect ontvangt hij het grondplan van de vierkante synagoge-ruimte en hierop baseert hij de breedte van elk raam, waarbij tussen de ramen evenveel muurruimte blijft als elk raam breed is.

2. CHAGALL EN HET IMMENSE PROJECT  

2.1.  iets over de kleurintensiteit van de ramen 

In geen enkel project heeft Chagall zo gezocht naar de specifieke basiskleur voor elk raam.  En hoe die grondkleur door andere kleuren gemodelleerd moet worden om de beoogde emotionele lading zo dicht mogelijk te benaderen.  Zo vraagt het rood van de liefde om andere nevenkleuren dan het rood van de koninklijke waardigheid. Dit leidt tot een zoektocht die terug te vinden is in de twee kleuren-voorstudies die hij aan elk raamontwerp vooraf liet gaan. Hij heeft voor dit kleurgebruik geen andere inleidende studies gebruikt, maar zal bij de kleurenkeuze van elk stukje glas tot menige wijziging besluiten.  

2.2. iets over het gebruikte beeldmateriaal 

Vooral in het eerste Bijbelboek komt de nauwe band tussen mens en dier tot uitdrukking. Chagall zal hier op terug vallen nu het uitbeelden van mensen is uitgesloten. In zijn meeste werken heeft Chagall aan enkele grondvormen van dieren zoals de (niet trots ogende) haan, of de (warmbloedige, aaibare) viervoeter. Aan die grondvormen heeft hij voor deze ramen niet genoeg, om zijn religieuze emoties uit zijn jeugd te doen herleven. Hij grijpt zelfs terug op een art-deco-boek uit het begin van de twintiger jaren en transformeert afbeeldingen tot een aantal tekeningen. Die vormen de voedingsbodem voor de eerste schetsen voor de twaalf ramen. Het Naftali-raam is zelfs helemaal te herleiden tot twee Tomb-plaquettes van Jak Messenblum. 

2.3. Het werk in het Glastelier te Reims

Een voor een komen de ramen tot leven in de grote zaal van het atelier Simon-Marq in Reims, waar elk raam -rechtop tegen de hoge buitenramen opgebouwd-  zijn voltooiing nadert. De mooiste foto’s van de eindresultaten zijn op deze plek genomen. U treft ze o.a. aan in het boek van Jean Leymarie “Vitraux pour Jerusalem”. Vanwege de vervalste kleuren door de omringende ramen zijn opnames in de synagoge geen succes.    

3.  EEN BOEK ALS UNIEK DOCUMENT 

3.1. een initiatief van André Malraux 

Wanneer André Malraux, minister van Cultuur en een van Chagalls oudste vrienden, hem in het glasatelier aan het werk ziet, dringt hij erop aan de twaalf ramen in Parijs te exposeren, voordat ze Frankrijk voorgoed zullen verlaten. Ook weet hij Chagall over te halen om een boek te laten verschijnen waarin ruime aandacht geschonken wordt aan de vele voorstudies en het definitieve ontwerp van elk raam.  Chagall sputtert eerst wat tegen, want de kleurenrijkdom van deze 36 werken kunnen nooit in een boek goed tot hun recht komen. Doch Chagalls rechterhand op lithografisch gebied, Charles Sorlier, belooft alle werken op steen te zetten en denkt per werk zo’n zes stenen nodig te hebben.  En de uitgever André Sauret stemt toe de kosten van deze uitgave voor zijn rekening te nemen. De tekst voor dit boek is een probleem, want die moet geleverd worden nog voor de ramen gereed zijn. Maar Jean Leymarie heeft zo’n klus vaker geklaard en is hiertoe bereid.

3.2. de totstandkoming van het boek 

Chagall zal zich nauwelijks bemoeien met de opzet van het boek en al helemaal niet met de teksten van Jean Leymarie. Hij heeft daarbij zijn klassieke stelling herhaald: elke uitleg staat een kunstwerk in de weg, wie kijken kan heeft geen tekst nodig.  Chagall is van oordeel dat zo’n uitleg van derden hinderlijk is anderen op zijpaden en dwaalsporen brengt. Wellicht hierom komt Chagall in dit boek nergens zelf aan het woord; zelfs ontbreekt de tekst van de installatierede die hij op 6 februari 1962 in de Hadassah-synagoge heeft uitgesproken. Er gebeurt wel iets anders, nadat Chagall gehoord heeft dat de architect zijn ramen niet in de buitenmuren zal opnemen, doch hiervoor een afzonderlijke kleine lichtkoepel heeft ontworpen waar alle twaalf ramen in een vierkant tegen elkaar geplaatst staan.  Chagall is bang dat de zeggingskracht van elk afzonderlijk raam hieronder zal lijden en besluit daarom extra aandacht aan de kleurenlitho’s te schenken.  

3.3. Chagall neemt Sorliers werk over

Als Chagall het resultaat van Sorlier onder ogen krijgt voegt hij er steeds meer stenen aan toe en verschrompelt het werk van Sorlier tot een ‘eerste aanzet’ . De zes stenen per litho worden meer dan verdubbeld, tot zelfs twintig stenen per litho. Van Sorliers werk blijft vrijwel niets over, met als schaduwzijde dat het project voor André Sauret onbetaalbaar dreigt te worden. Hij kan hier niets tegen ondernemen, aangezien vooraf besloten was dat Sorliers werk onder directie van Chagall zou geschieden.  Maar het resultaat is verbluffend en Chagall zal geen van zijn boeken zo vaak als cadeau ten geschenke geven.

Oud-Beierland, september 2011  

Pieter Zuidema

 

Het tweede deel van deze Introductie 

             

0 Berichten

More events


Chagall Galerie Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Kennis delen

     drs. P. van der Woel -v Chairman SZA 

     +31 6 44 63 03 33

     www.zingevendeambachten.nl

 

     pieter@zingevendeambachten

 

Chagall Research Centre Wuyt

drs Pieter Zuidema M.A. - CRC-director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl