Chagall en de tijd

Marc Chagall, litho nr. M.196 ‘Het beest en de vis’, 1957 uit de Wuyt-collectie
Marc Chagall, litho nr. M.196 ‘Het beest en de vis’, 1957 uit de Wuyt-collectie

‘De klokken van Chagall, na zestig jaren’ heet het project van het Chagall Research Centre Wuyt. De reizende expositie verhaalt over een bijna vergeten episode binnen de Nederlandse kunstwereld.

Tekst: Margaretha Coornstra

 

Zestig jaar geleden trokken drie jonge kunstenaars met zeven lithostenen in een Lelijke Eend naar Zuid Frankrijk. Het resultaat: een litho van Marc Chagall, afgedrukt in het Kwadraatblad.

Ziehier in een notendop het verhaal achter het project ‘De Klokken van Chagall'. De drie kunstenaars heetten Joop Beljon, Pieter Brattinga en Ed van der Elsken. Aanleiding was een essay van Beljon, ook getiteld 'De Klokken van Chagall’. Grafisch ontwerper Pieter Brattinga raakte hierdoor zo gefascineerd, dat hij het wilde publiceren in de zevende editie van het door hem bedachte ‘Kwadraatblad’, een jaarlijkse gratis uitgave van de Hilversumse drukkerij De Jong & Co.

 

Brattinga had bovendien een stoutmoedig plan voor de illustratie: hij verzocht Marc Chagall hoogstpersoonlijk om een nieuwe klok te tekenen, speciaal voor dit Kwadraatblad. En jawel, de meester stemde toe! Een tocht naar ’s mans atelier in Zuid-Frankrijk volgde. Fotograaf Ed van der Elsken reisde mee om dit avontuur vast te leggen.

 

Invloedrijk

“Een gewaagde bedoening, maar Chagall tekende inderdaad een klok op een van die stenen,” vertelt Pieter Zuidema van het Chagall Research Centre Wuyt. “Dat werd de litho ‘Les Pendules’. En vanaf die zevende editie werd het Kwadraatblad pas echt invloedrijk. Willem Sandberg, de Vijftigers en allerlei toonaangevende kunsthistorici schreven erin. Er gebeurden opeens allerlei nieuwe dingen in het tot dusver toch wat versufte Nederland.”

 

 

Marc Chagall, houtsnede nr. GC.060 ‘Mijn moeder’, 1968 uit de Wuyt-collectie
Marc Chagall, houtsnede nr. GC.060 ‘Mijn moeder’, 1968 uit de Wuyt-collectie


Zestig jaar later is de tijd rijp voor een terugblik. En wel in de vorm van een reizende expositie, vergezeld van een koningsblauw gekaft boekje dat qua vormgeving en kleur is geïnspireerd op dat Kwadraatblad. Zuidema: “Over die reis naar Zuid-Frankrijk heeft Pieter Brattinga ooit een smakelijke redevoering gehouden, die zijn vrouw Annette heeft bewerkt tot een prettig leesbaar verhaal. Naast het bewuste essay van Beljon hebben we ook dat opgenomen in ons boekje.”

 

Eindtijd

 Verder bevat het nog twee artikelen van kunsthistorica Brenda Roos en Pieter Zuidema zelf.

“Ik heb wel een compleet andere kijk op die klokken van Chagall dan meneer Beljon,” erkent Zuidema. “Dat is logisch, we leven in een andere tijd. Vandaag schrijven we niet meer zo verheven en zo wollig over kunst. Bovendien kun je dertig jaren na Chagalls dood alles beter in perspectief plaatsen."

 

Interpreteerde Beljon de klokken als verzet van Chagall tegen de door techniek gedomineerde tijdgeest, Zuidema relateert ze aan Chagalls tijdsbeleving.

“Ik ken geen andere schilder die de tijdsbeleving als onderwerp oppakt in zijn werk. Kijk, in het Europese denken − dat weer geworteld is in het oude Griekse en Joodse denken − leeft de veronderstelling dat de tijd er altijd al is geweest, maar ooit ophoudt. Denk aan een term als ‘eindtijd’. En volgens mij probeert Chagall met al die zwevende staartklokken de reis naar die ‘oneindigheid’ vorm te geven.”

 

Messiaen

Pieter Zuidema verwijst hierbij naar Messiaens ‘Quatuor pour le fin du temps’ (Kwartet voor het Einde der Tijden), waarin hij de verklanking hoort van eenzelfde visie op de tijd. “Olivier Messiaen was een tijdgenoot van Chagall. Hij schreef zijn ‘Quator pour le fin du temps’ in 1941, toen hij in een Nazi-Duits krijgsgevangenenkamp zat, Stalag VIII-A. Het derde deel is voor klarinet solo.”

 

Nu kun je je bij die klarinetklanken ook een sjofar voorstellen, of een eenzame trompet. Legitieme associaties, meent Zuidema. “Hoewel de bezetting mede door de situatie was ingegeven. Messiaen had in dat kamp alleen een oude piano tot zijn beschikking. En er waren een violist, een cellist en een klarinettist. Het derde deel heet ‘Abîme des Oiseaux’, de Afgrond van de Vogels. Want vogelzang is de voorbode van de muziek die je zult horen in de eeuwigheid. Na de eindtijd volgt namelijk de eeuwigheid; dan wél…! Daarom heeft Messiaen in zijn partituren ook de maatstrepen terzijde geschoven.”

 

Op 1 maart 2017 gaat de reizende expositie van start in Museum Elburg. En als muzikale illustratie bij de wonderlijk zwevende klokken van Chagall speelt klarinettiste Annemiek de Bruin bij de opening dit derde deel. Zuidema beseft dat Messiaens idioom niet voor iedereen meteen toegankelijk is. “Maar ik hoop dat mensen hun oren open zetten en dat ze hun muzikale referentiekader éven kunnen afsluiten. Dat men zich de rust gunt om te luisteren en te denken: wat hoor ik nu eigenlijk…?”

 


Commentaar schrijven

Commentaren: 0

Chagall Galerie Wuyt

Spiegelgracht 32 (bg)  

1017 JS Amsterdam

+31 (0)20 62 43 892

galerie@chagall.nl

 

Chagall Research Centre Wuyt

Lange Leidsedw.str. 143 (bg)

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

info@chagall.nl