Marc Chagall

Marc Chagall  (7 juli 1887, Vitebsk - 28 maart 1985, Saint- Paul-de-Vence) behoort tot de grootste beeldende kunstenaars van de twintigste eeuw. Zelf had hij er geen moeite mee zich te scharen onder de grootste westerse kunstenaars aller tijden. Zijn kleurgebruik is fabelachtig en nauw verbonden met de betekenis die wij — vaak onbewust — toekennen aan de vele kleuren en kleurcombinaties. Ook zijn beeldtaal probeert hij te puren uit de gemeenschappelijke, diepere lagen van associaties in westerse mensen. Die beelden en kleuren spreken daarom breed aan en zijn niet voorbehouden aan een selecte groep van kunstliefhebbers en -kenners.

 

 

 


De Kunstenaar

 

Zich maar al te bewust van zijn grootsheid heeft Chagall vanaf 1914 -bij zijn terugkeer uit Parijs naar het Belarus waar hij is geboren- systematisch gewerkt aan de mythevorming rond zijn persoon. Omdat hij zijn jeugdjaren herschreven heeft en — zeker in de eerste twee fasen van zijn leven, tot zijn 65ste jaar — een zeer wervelend en zwervend bestaan heeft geleid, is hij hierin behoorlijk geslaagd. Dit is temeer het geval omdat velen in zijn omgeving hem hiervoor de ruimte boden.

 

Chagall zag zichzelf het liefst als autodidact die naast zijn grote voorbeeld Rembrandt maar een handjevol beeldende kunstenaars waardeerde. Hij

minimaliseerde de invloed van de kennis opgedaan bij zijn leermeesters. En het moet gezegd dat hij in zijn studentenjaren in Parijs (1911-1914) steeds opnieuw en van de grond af aan te werk ging. Hij moest en zou het wiel zelf uitvinden. En dat niet alleen op het gebied van de schilderkunst: later zal hij in zijn grafiek en in zijn glaskunst eveneens vooral op eigen kracht zijn eigen vorm vinden.

 

Chagall is opgegroeid in een vroom joods-orthodox milieu aan het eind van de negentiende eeuw, toen de godsdienstbeleving in Europa nieuwe, sterke impulsen kreeg. Bij het verlaten van het ouderlijk huis heeft hij het meeste hiervan als vermolmde ballast achter zich gelaten. Wel wist hij zich zijn verdere leven nauw verbonden met het Joodse volk. Het ergerde hem wanneer zijn kunst als ‘Joodse kunst’ bestempeld werd, ook al hebben veel beelden in zijn werk een Joods-christelijke lading en heft ongeveer een derde van zijn werk een religieuze ondertoon. Dat religieuze meende hij terug te moeten voeren op de diepere, onbewust werkende lagen in de Europese cultuur.


Marc Chagall als graficus

De eerste (ruim) dertig jaren is het de leergierige idealist, die werkelijk alles opoffert om beeldend kunstenaar te worden en als artiest de wereld wilde helpen om de vrijheid van elk individu en elk volk te bereiken. In die periode maakt hij uitsluitend unica’s zoals schilderijen, (pen-)tekeningen en gemengde technieken. Zwaar gedesillusioneerd zal hij heel bewust deze eerste periode van zijn leven afsluiten door zijn vaderland in 1922 voorgoed achter zich te laten en verslag te doen van deze eerste levensperiode in zijn roman “Mijn Leven”. 

 

De tweede dertig jaren wil hij zich allereerst grote bekendheid als ‘gevierd kunstenaar’ verwerven. Hij laat zich door iedereen met ‘Maître’ aanspreken en zorgt voor een financieel onbekommerd bestaan. Deze periode begint hij met het maken van etsen en zwart/wit litho’s. Een breed publiek kan door deze grafische technieken zijn kunst deelachtig worden. Vanaf zijn eerste etsen bereikt hij met deze techniek ongekende hoogten. Het zijn de bekommernissen om de holocaust en zijn vlucht voor de nazi’s naar Amerika die in hem besef doen groeien dat hij iets met zijn kunstenaarschap moet doen om de wereldvrede een stapje dichterbij te brengen. 

 

De laatste dertig jaren van zijn leven zal hij zijn kunstenaarschap hier volledig aan wijden. Niet meer als de gedreven jonge idealist, maar als zoeker naar die vrede en als bieder van steun aan initiatieven van anderen die ook naar die vrede haken. Om zijn kleuren bij een breed publiek te brengen maakt hij gebruik van de pochoir, de collotype en andere speciale druktechnieken. Dan leert hij zich (op 65-jarige leeftijd) de kleurenlitho techniek aan, waarmee een waterval van meer dan duizend werken onafgebroken doorsuist tot in zijn laatste levensjaren. In deze tijd zal hij ook een serie van 24 kleuren houtsneden maken voor de uitgave van een veertigtal gedichten van hem.  Deze houtsneden zijn tot op de dag van vandaag niet geëvenaard.


Catalogi

In zes delen van de "Chagall Lithographs" zijn al zijn lithografieën geordend op datum. Vanaf 1922/23 (met Mourlot 001) tot maart 1985 (met Mourlot 1073). Ze zijn gecommitteerd aan de strengere normen van Chagall.

 

Kornfelds catalogus van Chagalls eerste etsen, houtsneden en lino's verscheen in 1970. Het omvatte al deze werken van Chagall (K.001 tot en met K.123) tot 1966, met uitzondering van de drie etsenreeksen, die in opdracht van Vollard werden vervaardigd.

 

Kornfelds plan om een afzonderlijke editie aan deze werken te wijden, kreeg een andere vorm met de publicatie in 1970 van de etsreeks onder de nrs. AV.001 tot en met AV.303. Chagall vertrouwde Kornfeld de publicatie toe van al zijn werk dat na 1967 verscheen. Nu kunt u deze 229 werken vinden in de catalogus 'THE MISSING LINK'.


PAPER OF THE MONTH

Wat bewoog Marc Chagall - Een introductie  (deel een)

meer lezen 0 Berichten

Chagall Galerie Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Research Centre Wuyt

drs Pieter Zuidema M.A. - CRC-director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl