· 

11 PAPER OF THE MONTH

CHAGALL  EN  DE  PSALMEN  (DEEL  TWEE)

M.192b uit Lassaigne Chagall-70 (1957)
M.192b uit Lassaigne Chagall-70 (1957)

4.    DE  PSALMEN  BIJ  CHAGALL

 

4.1  CHAGALLS ROEPING

In de eerste twee levensfasen van Chagall, zeg tot 1946, 1947 moeten de Psalmen bij hem gefunctioneerd hebben zoals bij de meeste Europeanen: als een diepe, vaak onbewuste onderstroom. Zijn derde levensfase luidt het begin in van een bewuster zoeken naar die religieuze onderstroom.

Chagall noemt als zijn eerste leermeester is MOZES, die de 'naastenliefde' in de harten van het volk der Hebreeen heeft geplant, evenals het beginsel van de vrede, en van Gods wet die 'in ons is'. Chagalls noemt als zijn tweede leermeester is JEZUS, die het begrip 'naastenliefde' heeft verruimd, Gods liefde in ons predikte en ons voorleefde wat werkelijke vrede is. Chagalls derde leermeester (onze REMBRANDT) komt straks ten tonele. Chagalls laatste (vierde) leermeester is LENIN, die het begrip 'naastenliefde' tot 'sociaal' omsmeedt op weg naar een nieuwe wereldorde, waarin de vrede voor ieder zou gelden. Dat laatste is niet gelukt, en vanaf zijn zestigste zal Chagall zich inzetten voor die wereldvrede, door in de Europese cultuur dat appel te laten klinken, vanuit DE BIJBELSE  BOODSCHAP. Heel vaak grijpt hij dan terug op het gedachtegoed en de emoties die in de Psalmen verankerd zijn.

 

4.2.  DE LASSAIGNE-REEKS  van 1957

Een curieus en prachtig voorbeeld leveren zijn zestien litho's in het boekje dat ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag verscheen. De serie die in de onderkapel van het Museum van Elburg tentoongesteld hangt. Het boekje gaat over Chagalls leven en Chagall laat op de vooromslag al zien dat 'zijn leven' pas iets is, pas bestaat in samenhang met de ander. Heel het denken dat dr. Martin Buber filosofisch zo sterk onderbouwd heeft (hij was een leeftijdgenoot van Chagall en kwam uit hetzelfde Chassidische milieu en uit dezelfde landstreek), wordt hier uitgebeeld. En net zoals bij Buber het hoogtepunt ligt in het boek der Psalmen (door hem in prachtig Duits hertaald), zo blijken Chagalls beelden vaak te rusten op brokstukken van die Psalmen.

In mijn voordracht in het Museum alhier over de litho "Het beest en de vis" heb ik getracht aan te tonen dat het bijna regel voor regel een verbeelding is van Psalm 130:  De Profundis.

Bij die gelegenheid heb ik me afgevraagd of Chagall zich bewust was van de Psalmteksten als bron voor deze litho's. Zelf heb ik sterk het gevoel dat dit niet zo is. Misschien soms een beetje. En wellicht dat hij daarom ook altijd zweeg als hem om de betekenis van een van zijn werken gevraagd werd. Hij voorvoelde wat, hij wist wat hij maakte, maar was zich niet bewust van de bron waaruit het werk opborrelde.  De Lassaigne-reeks vloeit over van de banden met de Psalmteksten, tot aan de achterkant van de buitenkaft: De mens als pelgrim: altijd onderweg, op aarde nooit thuis. 

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x

p a u z e ,  gevolgd door  muziek. 

                  Maarten Boasson speelt de prelude uit de derde cellosuite van J.S.Bach

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x

W.189 PSALM 150 Psaumes de David (1979)
W.189 PSALM 150 Psaumes de David (1979)

5. CHAGALLS DERTIG PSALMETSEN

 

5.1. OVER HET ONTSTAAN

Bij zijn terugkeer uit Jeruzalem in 1962, na de installatie van de 12 Hadassah-ramen, bespreekt hij met zijn uitgever de mogelijkheid om een etsenserie te maken bij de Psalmen. Gerald Cramer stemt hier direct mee in en zorgt voor dertig koperen etsplaten. De jaren verstrijken en de etsplaten blijven onaangeroerd op de plank liggen. Elke keer houdt hij Cramer voor ermee bezig te zijn, maar het heeft tijd nodig. Eerst zestien jaren later -hij is dan de negentig gepasseerd- gaat Chagall ermee aan de slag .

Hij heeft het plan om in alle rust de 150 psalmen een voor een op de etsplaat te brengen.  Gezien zijn leeftijd moet hij dit plan laten varen, en ik denk ook dat de omvang van dit werk niet in verhouding stond met zijn uiteindelijke bedoeling.

 

5.2. EEN EERSTE BLIK OP DEZE GEBEDEN

Kijkend naar de kleuren en beelden vallen allereerst op:

(improviserend een voor een toelichten):

1. de etsen LIJKEN ogenschijnlijk veel OP ELKAAR, zowel in kleurgebruik als in de beelden

2. de etsen hebben iets KINDERLIJK-NAIEFS, maar alles behalve oppervlakkig

3. heel vaak is er één HOOFDFIGUUR:  God, de bidder of de koning in de mens

4. behalve het VOGELTJE (verwijzing naar de wereld 'surnaturel')  komen er sporadisch dieren in voor

5. ENGELEN bevolken vrijwel alle etsplaten, en vormen de verbinding tussen mens en God

6. God zelf is steeds als LICHTBRON aanwezig, sterker nog danRembrandt dat kon doen

7. Vaak is plaats voor GODS VOLK in de vorm van een menigte mensen

8. KANDELAAR en WETSTAFELS vormen de belangrijkste attributen

9. Het is alsof de beelden LOSSTAAND in plukjes over de etsplaat zijn uitgesmeerd

 

5.3. ENKELE OPMERKELIJKE ZAKEN

1.  d e   b r o n   o p g e z o c h t

Nog nooit heeft Chagall werk gemaakt dat rechtstreeks gebaseerd is op Psalmteksten. Het heeft iets van  'die Kunst der Fuge' van Bach: hij is aan het worstelen met de diepste basis van zijn werk, met zijn eigen bronnen.  Zelden geeft Chagall titels of verwijzingen bij zijn kunstwerken, doch hier noemt hij nauwgezet psalmvers en laat de tekst uitschrijven.

2.  w o r s t e l i n g   m e t   G o d

De keuze van psalmteksten en de uitwerking laten zien hoe Chagall worstelt met God:

De mens die dankbaar kan zijn naast de mens die God toeschreeuwt dat het geen manier is.

Al die onbegrepen ellende in de wereld....... De 'waarom'-vragen waarin de mens -evenals Job- God ter verantwoording roept.

3.  e t s p l a a t   a l s   i c o o n

Elke ets leeft als een zelfstandig icoon: er voor gaan zitten, in gebed verzinken, met nieuwe kracht en hoop verder leven.

Eigenlijk heb je aan één enkele psalmets genoeg: het brengt je in de wereld van God en mens, en bezorgt je die ontroering waar Chagall steeds naar op zoek is geweest.

4.   z e l d z a m e   o k e r k l e u r e n

De okerkleuren die  in deze etsen zachtjes schijnen, heeft Chagall nog nooit eerder gebruikt.  Alsof hij op hoge leeftijd aan emoties is toegekomen die een nieuwe beleving in hem wakker roept.

--- voorbeeld moeder Zuidema

--- Eenmaal zijn de etsen op waar formaat  afgedrukt; als u dat boek opslaat treft u een grote mislukking. Alle leven en diepte en kleurnuance heeft wreed plaats gemaakt voor platte kleuren en zwarte strepen.

Met de modernste technieken heb ik de etsen bij Psalm 1 en 100 laten scannen en afdrukken:

het lijkt zo ondoenlijk te zijn dat een zwart/wit afdruk op dit gekleurde papier nog het beste resultaat geeft.

Het is echt een wonderbaarlijk samenspel van okerkleuren.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

Ik wil u voor de laatste keer uitnodigen om -terwijl u beide afbeeldingen nader op u laat inwerken- en voorafgaand aan de korte afronding van deze avond te luisteren naar de prelude uit de 4e cellosuite van Bach, gespeeld door Maarten Boasson.

=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=x=

 

6.  TOT  DE  KERN  VAN  CHAGALL

Chagall beleefde de wereld als een groot toneelstuk, zijn bestaan als een nooit eindigend circus. Chagall behield altijd een masker, ook in zijn meest intieme relaties.  Niemand kwam Chagall zelf ooit tegen, niemand had toegang tot zijn ziel. Alleen in zijn gedichten liet hij zichzelf gaan. Dagelijks schreef hij nieuwe gedichten, herschreef hij eerdere gedichten.En zijn etsen liggen het dichtste tegen zijn gedichten aan: het is zijn persoonlijk handschrift.

In al zijn creatieve uitingen zit een vast patroon: in het begin daagt het medium hem uit en komt hij tot de grootste artistieke prestaties. Dan begint hij het medium te kennen en wordt zijn werk steeds makkelijker, tot het verwordt tot een maniertje.  Dat geldt voor zijn schilderijen, zijn tekeningen, zijn litho's, zijn gebrandschilderde ramen:  uiteindelijk is het soms treurig om te zien.  Dit gaat alleen niet op voor zijn etsen:  een persoonlijk handschrift dat met het klimmen der jaren met hem meegroeit en naar mijn gevoel zeggingskracht behoudt.  Zijn etsen liggen het dichtste tegen zijn zieleroerselen aan.

De expositie van deze dertig etsen -voor het eerst in 1979 bij Cramer in Geneve- zal Chagalls laatste expositie zijn waarin hij nieuw werk laat zien.  Het is een goed invoelbare stap:  Met je laatste vragen uiteindelijk terecht willen komen bij God.

En daarom meer dan alleen 'echt Joods’  is dit  ‘puur Bijbels'.

 

Pieter Zuidema

tweede deel van de voordracht gehouden in 

de Grote kerk van Elburg op 25 oktober 2009

Reactie schrijven

Commentaren: 0

Chagall Gallery Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Sharing Knowledge

     P. van der Woel M.A. - Chairman 

Stichting Zingevende Ambachten 

     +31 6 44 63 03 33

       pieter@zingevendeambachten

 

Chagall Research Centre 

Pieter Zuidema M.A. - CRC - director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl