· 

17 PAPER OF THE MONTH

KUNST MET EEN BOODSCHAP

DEEL  TWEE     EEN TOT MISLUKKEN GEDOEMD PROJECT 
STUK VIER  Chagalls drie 'Vollard'-etsenseries
Het is Ambroise Vollard geweest die Chagall in 1923 naar Parijs terugvoert en hem een zorgeloos bestaan garandeert als deze hem maandelijks twee etsen levert tegen contante betaling van een ruim lerarensalaris. De eerste serie van 96 etsen maakt Chagall tussen 1923 en 1927 bij Gogols boek "Les Ames Mortes". Geen enkele etsplaat moet opnieuw onderhanden genomen worden en Chagall krijgt al doende nog meer plezier in het werk. Het is alsof de etsen moeiteloos en trefzeker tot stand komen en steeds losser worden. Voor zijn Russische humor is volop plek. Na het verschijnen in 1948 ontvangt Chagall met recht voor deze serie de prestigieuze tweejarige Grafiekprijs van de Biennale van Venetië.
De tweede serie van 100 etsen ontstaan in de periode tussen 1927 en 1930 bij de "Fables de la Fontaine".  Voor elke etsplaat schildert hij eerst een gouache en zet er zich vervolgens toe de kleuren in de zwart/wit etsplaten te vangen. Een enkele keer wordt de etsplaat herzien om zijn verfijnde, (met zijn vrouw Bella in Frankrijk ontwaakte) aristocratische gevoelens ten volle tot zijn recht te laten komen. Een in Frankrijk omstreden project, waarvan het resultaat bij het verschijnen in 1952 alom geprezen wordt. 
Aan de gouaches voor een derde serie van 100 etsen -nu met het Circus als onderwerp- is Chagall hard bezig wanneer de Franse vertaling van 'Mijn Leven' verschijnt, waarin hij Rembrandt voor een Jood aanziet. Wanneer hem duidelijk wordt dat dit niet het geval is, vraagt hij Vollard nadrukkelijk om 100 Bijbeletsen te mogen maken. Die opdracht had Vollard gegund aan de degelijk-katholieke schilder Georges Rouault, maar gaat nu toch naar Marc Chagall. Chagall last zijn werk voor een Circus-serie af (en zal dit pas in 1967 met 38 litho's voltooien).       

Chagall start direct met gouaches van de versteende verhalen uit het eerste Bijbelboek Genesis. Tussentijds bestudeert hij in Amsterdam in het Rijksprentenkabinet van dit Rijksmuseum de bijbeletsen van Rembrandt. En met Bella en dochter Ida gaat hij naar het oude Bijbelse land in Palestina. Die reis heeft voor veel verwarring gezorgd zowel bij Marc als Bella. Bij Marc zet een sentimentele band met zijn jeugdjaren zich om in ansichtkaartachtige tekeningen en schilderijen. Ieder kent de naturalistische afbeeldingen van synagogen en Joodse symboliek die hij dan vervaardigt. Bij Bella komt het verlangen aan haar eigen religieuze opvoeding sterk omhoog en realiseert ze zich dat dochter Ida daar vrijwel niets van meegekregen heeft.

STUK VIJF    De verwijdering tussen Marc en Bella
Teruggekeerd in Frankrijk zet Marc het werk aan de bijbelgouaches voort en begint aan de eerste etsen.  En dan gaat het fout. Want Bella -zijn toetssteen- wijst vrijwel elk Bijbeletsontwerp af. Gewoontegetrouw verscheurt Chagall het werk en maakt nieuwe ontwerpen, doch Bella kan er zich keer op keer niet in vinden, wat Chagall ook probeert.
Nu moet ik even iets inlassen uit hun kennismakingstijd, waarin beiden deel uitmaakten van een selecte groep Joodse jongeren die het Chassidisme als achterhaalde levenshouding inruilde voor de aansluiting bij de oude Griekse en Romeinse cultuur, bij de erop volgende Europese literatuur in Rusland en het Westen (zoals Gogol, Shakespeare en Moliere) en -naast de Europese schildercultuur- bij de Europese muziek (Mozart, Bach, Beethoven, Schubert). Wat hier plaats vond gaf bij Chagall de doorslag om zijn MENSZIJN -koste wat kost- in te ruilen om KUNSTENAAR  te worden. Hij forceerde zich in zijn eenzame Parijse studiejaren vol heimwee tot DE ARTIEST CHAGALL die geleerd heeft zijn menselijke relaties tot een pose te reduceren. Hij stapt over al zijn vroegere emotionele banden heen. Zo ontmoet zijn verloofde Basia bij zijn terugkeer in Vitebsk (1914) een andere Marc en hun oude relatie blijkt door de ARTIEST Chagalll stuk geknepen. Basia moet zich Bella gaan noemen en probeert in die nieuwe situatie een passende  band te scheppen. Van zijn kant zal Chagall in Bella zijn muze, zijn ideaalbeeld en zijn kritische oordeelster vinden en de optelsom daarvan  'mijn geliefde' noemen. Zeker in de opvoeding van haar dochter Ida, maar vooral ook het bezoek aan Palestina voeren haar heimwee-verlangens tot een religieuze terugkeer.  Voor haar wordt de Bijbel opnieuw iets van een hogere, heilige orde.  En meer dan enkel verhalen uit de 'wereldliteratuur'.
STUK ZES 
Om deze diepste kanten van zijn vrouw te peilen besluit hij haar te schilderen, verhalen lezend uit die Bijbel waar zij een hogere betekenis aan toekent.  Dit wordt het laatste schilderij dat hij van haar op ware grootte en zo natuurgetrouw mogelijk schildert: Chagalls Mona Lisa. Hij schildert Bella in haar lievelingskleuren en maakt een enorme act rondom dit gebeuren, waarbij hij zichzelf ettelijke keren laat fotograferen terwijl hij Basia schildert. Hij permitteert zich maar weinig vrijheden die niet waarheidsgetrouw zijn.  Zo is er een engel/profeet die iets in Basia's linkeroor fluistert.  En heeft hij in de eindversie het bijbelboek dat Bella vasthoudt veranderd voor een waaier (waardoor de linkerhand er nu wat gek bij hangt). Bella zelf lijkt afwezig, alsof ze helemaal in die oude Bijbelverhalen opgaat. Naar binnen gekeerd straalt er een bijbels licht uit haar broze wezen waaraan zwaarmoedigheid de laatste restjes jeugdigheid heeft ontnomen. Zij wil één worden met 'haar' Bijbel. 
Chagall heeft het goed gezien, want het echtpaar groeit verder uit elkaar.  Zelf kan hij de Bijbel niet zien als Gods Woord, zoals ook blijkt uit zijn veelvuldig geciteerde uitspraak: "Sinds mijn vroegste jeugd heeft de Bijbel me geobsedeerd. De Bijbel scheen mij -en lijkt mij nu nog steeds- de rijkste bron van poëzie aller tijden. De Bijbel is als een echo der Natuur  en dat geheimenis wil ik doorgeven."

Vanuit deze gedachte staakt Chagall het project na 66 moeizaam afgeleverde en 39 nog niet voltooide etsen. In niets lijkt het op de humor en vlotheid van de etsen der Dode Zielen. En de grandeur van de Fables-etsen heeft plaats gemaakt voor de zware taak om toch maar tot een goed resultaat te komen.  In 1939 worden de eerste 66 proef-platen afgedrukt en legt Chagall het project terzijde. 
Bella trekt zich meer en meer terug op haar verleden. In uiterst nauwkeurige bewoordingen geeft zij blijk van haar verlangen naar de voorbije wereld van haar chassidische jeugd ("Mama, waarom staan die kaarsjes daar?") en haar geliefde aan vòòr 1914 ("Eerste ontmoeting").  Alles opgeschreven in een een groot aantal schoolschriftjes. Een weemoedige, ietwat geëxalteerde ondertoon bepaalt de sfeer. De neiging tot pathetiek (in de  Russische aard en in de toneelwereld niet onbekend) heeft haar zo in de greep dat zij op haar sterfbed alleen maar denkt aan "Mijn schriftjes, mijn schriftjes....."  
Deel 3 komt als afsluiting hierna op de site:
DEEL  DRIE   CHAGALLS  EERSTE  GROTE  VREDESPROJECT

Reactie schrijven

Commentaren: 0

Chagall Gallery Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Sharing Knowledge

     P. van der Woel M.A. - Chairman 

Stichting Zingevende Ambachten 

     +31 6 44 63 03 33

       pieter@zingevendeambachten

 

Chagall Research Centre 

Pieter Zuidema M.A. - CRC - director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl