Inspiratie-avonden Marc Chagall en Mozes | 5 en 19 november 2019

Marc Chagall Mozes

Marc Chagall (1887-1985) behoort tot de belangrijke beeldende kunstenaars van de vorige eeuw. Zijn kleurgebruik is erg bijzonder. Naast schilderijen heeft hij een groot aantal zwart/ wit- en kleurenlitho’s gemaakt. Een aanzienlijk deel van zijn werken is geïnspireerd door zijn joodse komaf en vooral zijn eigen visie op de verhalen van de Bijbel. Werken van Chagall zijn te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar een aantal litho’s van Chagall zijn ook in Bennekom te bewonderen.  

 

Op 5 en 19 november zullen in de Rotondekerk van Bennekom twee inspiratie-avonden gehouden  worden over Marc Chagall en Mozes.  Op 5 november zal Ben Piepers spreken. Ben is theoloog en heeft zich verdiept in de kunst van Chagall, met name de inhoudelijke duiding van zijn werken. Op 19 november zal Pieter Zuidema spreken. Pieter is directeur van het Chagall Research Centre in Amsterdam.

 

Het programma voor beide avonden is:

 

Vanaf 19:30 uur:        Ontvangst met  koffie/thee

20:00 uur                   Toneel

                                     Muziek (Cello muziek/ Piano en dwarsfluit)

                                     Presentatie over litho’s  van Chagall en relatie tot Mozes

± 21:30 uur                 Napraten onder genot van een drankje

 

De inspiratie-avond op 5 november zal gaan over de over de  litho’s van Chagall en de boodschap van de Mozes. 

Deze  avond begint met een toneeluitvoering “En zo op de aarde” van André Malraux in bewerking van Machteld Vos de Wael, gevolgd door live muziek op cello door Maria Trinn. Vervolgens zal Ben Piepers vertellen over de litho’s van Marc Chagall en de betekenis van de Tien Woorden, die Mozes ontvangt op de berg Sinaï. Hij zal de oude woorden actualiseren in het licht van de toneeluitvoering.

 

De inspiratie-avond op 19 november zal gaan over de  over Chagall en Mozes als boodschapper. 

Net als op 5 november zal deze avond beginnen met een toneeluitvoering “De vuurwerkbom” van Machteld Vos de Wael , gevolgd door live muziek op piano en dwarsfluit door Conny van den Broek en Martine van Egdom. Dan zal Pieter Zuidema spreken over Mozes en Chagall als boodschappers van God, van waarden die groter zijn dan zij zelf. Naast voorwaarden om als boodschapper te functioneren is er aandacht voor het gouden kalf,  de woede van Mozes, de tweede kans…. Tevens zal verbinding gemaakt worden met de toneeluitvoering.

 

De toegang is vrij.

 

0 Berichten

06 PAPER OF THE MONTH

HET BOEK BIJ CHAGALLS  HADASSAH  RAMEN

Stenen van Messenblom
Stenen van Messenblom

 

Een kleine studie vijftig jaren na het gereed komen van de   

twaalf gebrandschilderde ramen voor het Stilte-Centrum

van het Hadassah-Universiteitsziekenhuis in de heuvels

even buiten Jeruzalem. Onder het motto:

               

ELKE  UITLEG  STAAT  EEN  KUNSTWERK  IN DE WEG

Een introductie voor de gastheren en -vrouwen bij de expositie in Oud-Beierland in september 2011 van de 36 originele kleurenlitho’s die vervaardigd zijn van de voorstudies die Chagall gemaakt heeft voor deze twaalf ramen. Gevolgd door een uitwerking bij het eerste raam “Rueben”.

 

 

 

EEN 

HET  HADASSAH-COMITE  EN  MARC  CHAGALL

1.1.  de aanleiding tot het ramen-project

Ter gelegenheid van het vijftig-jarig bestaan van de Amerikaanse Joodse vrouwen-vrijwilligers-organisatie “Hadassah” zal het stiltecentrum (de synagoge) van het zojuist voltooide complex van het universiteits-ziekenhuis geopend worden. De ‘Hadassah’-organisatie heeft zich vanaf haar ontstaan gericht op het verrichten van goede werken in het land van oorsprong van het Joodse volk. De nieuwbouw vormt het hoogtepunt voor ‘Hadassah’ na al die vijftig jaren.  De voorzitter van het Hadassah-comité en de bouwarchitect bezoeken de grote Chagall-tentoonstelling in Parijs van juni 1959 en besluiten om de 72-jarige Chagall te vragen om een serie gebrandschilderde ramen te maken voor de synagoge ter bekroning van de nieuwe behuizing van de Hadassah Universiteit.

Zijn vrouw haalt de aarzelende Chagall over de streep door hem te wijzen op zijn lang gekoesterde wens om als dank voor zijn religieuze opvoeding iets terug te doen voor het land waarvan de geschiedenis zo verweven is met zijn jeugd.  Iets waarin die emotionele verbondenheid met zijn ouders, grootouders en zijn genoten opvoeding gestalte krijgt, want hierin ziet Chagall de bron van zijn dank, blijdschap, hoop, geluk en vooral liefde in zijn leven.

Hij legt al zijn andere werk neer -waarmee men in Metz niet blij is -want zal die oude man zijn werk in hun kathedraal ooit voltooien?- en gaat voor het Hadassah-project aan de gang zonder enig honorarium te bedingen: het is zijn geschenk aan het land van oorsprong van zijn volk.  

1.2.  de opdracht van het Hadassah-comité

Dit comité kent een orthodox-religieuze onderstroom met allerlei voorbehouden, zoals het niet afbeelden van mensen of God. Chagall houdt er zich aan, al gaat hij er vrijer en vaak humorischtisch mee om. Ook wil het Comité dat in de ramen tot uitdrukking komt dat het gaat om het gehele volk Israël door elk raam de naam van een ‘stam’ mee te geven. Dat gaat Chagall net iets te ver, want hij heeft niets met de meeste stamvaders, behalve met Jozef… en die komt in dat rijtje niet voor. Chagall besluit daarom de ramen naar de twaalf zonen van Jacob te vernoemen en ze in de klassieke volgorde te rangschikken. Van de architect ontvangt hij het grondplan van de vierkante synagoge-ruimte en hierop baseert hij de breedte van elk raam, waarbij tussen de ramen evenveel muurruimte blijft als elk raam breed is.

2. CHAGALL EN HET IMMENSE PROJECT  

2.1.  iets over de kleurintensiteit van de ramen 

In geen enkel project heeft Chagall zo gezocht naar de specifieke basiskleur voor elk raam.  En hoe die grondkleur door andere kleuren gemodelleerd moet worden om de beoogde emotionele lading zo dicht mogelijk te benaderen.  Zo vraagt het rood van de liefde om andere nevenkleuren dan het rood van de koninklijke waardigheid. Dit leidt tot een zoektocht die terug te vinden is in de twee kleuren-voorstudies die hij aan elk raamontwerp vooraf liet gaan. Hij heeft voor dit kleurgebruik geen andere inleidende studies gebruikt, maar zal bij de kleurenkeuze van elk stukje glas tot menige wijziging besluiten.  

2.2. iets over het gebruikte beeldmateriaal 

Vooral in het eerste Bijbelboek komt de nauwe band tussen mens en dier tot uitdrukking. Chagall zal hier op terug vallen nu het uitbeelden van mensen is uitgesloten. In zijn meeste werken heeft Chagall aan enkele grondvormen van dieren zoals de (niet trots ogende) haan, of de (warmbloedige, aaibare) viervoeter. Aan die grondvormen heeft hij voor deze ramen niet genoeg, om zijn religieuze emoties uit zijn jeugd te doen herleven. Hij grijpt zelfs terug op een art-deco-boek uit het begin van de twintiger jaren en transformeert afbeeldingen tot een aantal tekeningen. Die vormen de voedingsbodem voor de eerste schetsen voor de twaalf ramen. Het Naftali-raam is zelfs helemaal te herleiden tot twee Tomb-plaquettes van Jak Messenblum. 

2.3. Het werk in het Glastelier te Reims

Een voor een komen de ramen tot leven in de grote zaal van het atelier Simon-Marq in Reims, waar elk raam -rechtop tegen de hoge buitenramen opgebouwd-  zijn voltooiing nadert. De mooiste foto’s van de eindresultaten zijn op deze plek genomen. U treft ze o.a. aan in het boek van Jean Leymarie “Vitraux pour Jerusalem”. Vanwege de vervalste kleuren door de omringende ramen zijn opnames in de synagoge geen succes.    

3.  EEN BOEK ALS UNIEK DOCUMENT 

3.1. een initiatief van André Malraux 

Wanneer André Malraux, minister van Cultuur en een van Chagalls oudste vrienden, hem in het glasatelier aan het werk ziet, dringt hij erop aan de twaalf ramen in Parijs te exposeren, voordat ze Frankrijk voorgoed zullen verlaten. Ook weet hij Chagall over te halen om een boek te laten verschijnen waarin ruime aandacht geschonken wordt aan de vele voorstudies en het definitieve ontwerp van elk raam.  Chagall sputtert eerst wat tegen, want de kleurenrijkdom van deze 36 werken kunnen nooit in een boek goed tot hun recht komen. Doch Chagalls rechterhand op lithografisch gebied, Charles Sorlier, belooft alle werken op steen te zetten en denkt per werk zo’n zes stenen nodig te hebben.  En de uitgever André Sauret stemt toe de kosten van deze uitgave voor zijn rekening te nemen. De tekst voor dit boek is een probleem, want die moet geleverd worden nog voor de ramen gereed zijn. Maar Jean Leymarie heeft zo’n klus vaker geklaard en is hiertoe bereid.

3.2. de totstandkoming van het boek 

Chagall zal zich nauwelijks bemoeien met de opzet van het boek en al helemaal niet met de teksten van Jean Leymarie. Hij heeft daarbij zijn klassieke stelling herhaald: elke uitleg staat een kunstwerk in de weg, wie kijken kan heeft geen tekst nodig.  Chagall is van oordeel dat zo’n uitleg van derden hinderlijk is anderen op zijpaden en dwaalsporen brengt. Wellicht hierom komt Chagall in dit boek nergens zelf aan het woord; zelfs ontbreekt de tekst van de installatierede die hij op 6 februari 1962 in de Hadassah-synagoge heeft uitgesproken. Er gebeurt wel iets anders, nadat Chagall gehoord heeft dat de architect zijn ramen niet in de buitenmuren zal opnemen, doch hiervoor een afzonderlijke kleine lichtkoepel heeft ontworpen waar alle twaalf ramen in een vierkant tegen elkaar geplaatst staan.  Chagall is bang dat de zeggingskracht van elk afzonderlijk raam hieronder zal lijden en besluit daarom extra aandacht aan de kleurenlitho’s te schenken.  

3.3. Chagall neemt Sorliers werk over

Als Chagall het resultaat van Sorlier onder ogen krijgt voegt hij er steeds meer stenen aan toe en verschrompelt het werk van Sorlier tot een ‘eerste aanzet’ . De zes stenen per litho worden meer dan verdubbeld, tot zelfs twintig stenen per litho. Van Sorliers werk blijft vrijwel niets over, met als schaduwzijde dat het project voor André Sauret onbetaalbaar dreigt te worden. Hij kan hier niets tegen ondernemen, aangezien vooraf besloten was dat Sorliers werk onder directie van Chagall zou geschieden.  Maar het resultaat is verbluffend en Chagall zal geen van zijn boeken zo vaak als cadeau ten geschenke geven.

Oud-Beierland, september 2011  

Pieter Zuidema

 

Het tweede deel van de Introductie wordt de volgende maand geplaatst 

             

0 Berichten

De klokken van Chagall - Na zestig jaren 2017 | 2018

Chagall Research Centre Wuyt presenteert op woensdag 8 februari 2017, in Museum Meermanno te Den Haag, het boek ‘De klokken van Chagall – na zestig jaren’. Er verschijnt ook een luxe uitgave (oplage 40 stuks) met daarin een origineel Kwadraatblad uit 1956 dat een litho van Marc Chagall (1887 – 1985) bevat. De boekpresentatie is tevens het startschot voor de gelijknamige reizende expositie.

 

Al Chagall's litho’s van na zijn terugkeer aan het einde van WOII uit de Verenigde Staten zijn gedrukt in Parijs. Hierop bestaat één uitzondering: litho M.112 uit 1956, gedrukt bij steendrukkerij de Jong & Co in Hilversum en verschenen in het kwadraatblad “De klokken van Chagall” van de hand van Bernard Majorick (pseudoniem van J.J. Beljon). De uitgave van de kwadraatbladen is een initiatief van Pieter Brattinga. 

 

De reeks kwadraatbladen (1955 – 1974) is tot op de dag van vandaag zeer geliefd en er is nog veel bewondering voor de uitmuntende techniek en originele onderwerpen van de Kwadraatbladen. Met het zevende Kwadraatblad ‘De klokken van Chagall’ worden in 1957 de bladen definitief op de kaart gezet. Elk Kwadraatblad kent zijn eigen ontstaansgeschiedenis. Het verhaal rond “De Klokken van Chagall” is illustratief voor het idealisme en het enthousiasme van Brattinga en zijn medewerkers.

 

Het nieuwe boek “De klokken van Chagall - na zestig jaren” bestaat uit het oorspronkelijke essay “De klokken van Chagall” van Joop Beljon (1922 –2002). Ook bevat het boek een artikel van Annette Brattinga over de reis van Brattinga, Beljon en Van der Elsken naar Chagall in Frankrijk in 1956. Het Research Centre verzorgt artikelen over de Kwadraatbladen in het algemeen en over een “Terugblik na zestig jaren” over het gebruik van de klok (en het begrip ‘tijd’) in het werk van Chagall.

 

Reizende expositie

Na de boekpresentatie in Museum Meermanno op 8 februari 2017 wordt de reeks exposities op 1 maart geopend in Museum Elburg. Er wordt voornamelijk grafisch werk van Chagall en materiaal over de Kwadraatbladen getoond. Hierna is de tentoonstelling te zien op de volgende locaties:

 

Expositieplekken 

Elburg              1 maart -   8 april 2017                           Museum Elburg 

Zaandam        12 april -21 mei 2017                                Westzijderkerk Zaandam

Enschede       23 mei -2 juli 2017                                    Synagoge van Enschede                           

Sint Laurens   4 juli - 6 augustus 2017                         Boerderijgalerie 'De osseberg'

Doesburg        8 augustus - 10 september 2017         Grote of Martinikerk 

Bennekom      12 september - 15 oktober 2017          De Maria Virgo Reginakerk 

Veenklooster 17 oktober - 28 oktober 2017              Galerie De Kuiperij

Joure                21 november - 31 december 2017        Museum Joure

Oegstgeest    4 februari - 4 maart 2018                     Regenboogkerk

Maastricht       6 maart - 8 april 2018                           Galerie Karavanserai

Zuidlaren      15 april - 13 mei 2018                                Synagoge Zuidlaren

Amsterdam    15 mei - 18 juni 2018                               Afsluiting

 

 

Aanvullende informatie is verkrijgbaar bij het Chagall Research Centre Wuyt

info@chagall.nl | +31 (0)20 73 72 739 of +31 (0)20 62 43 892



Chagall Galerie Wuyt

Erik de Wolf BSc - Gallery-owner   

Spiegelgracht 32

1017 JS Amsterdam

+31(0)642 694 446   

galerie@chagall.nl

 

Chagall Research Centre Wuyt

drs Pieter Zuidema M.A. - CRC-director   

Lange Leidsedwarsstraat 143 (bg) 

1017 NK  Amsterdam

+31 (0)20 73 72 739  

+31 (0)624 105 863 

info@chagall.nl